Veelgestelde vragen

Hier vindt u veelgestelde vragen over het idee 'Wind voor Buren' en over windmolens in het algemeen. Mist u een vraag? Stel deze dan via info@windvoorburen.nl en wij proberen deze hier te beantwoorden.

Over Wind voor Buren

De initiatiefnemers van Wind voor Buren zijn Annemarie en Bert Kristen. Samen met stichting Borne Energie en duurzaam energiebedrijf Pure Energie werken zij aan dit idee voor twee windmolens nabij de boerderij van Annemarie en Bert.

Namens stichting Borne Energie zijn Joris van Dijk en Roelof-Jan Naaktgeboren hierbij betrokken.
Namens Pure Energie zijn Jelle de Waart en Matthijs Oppenhuizen hierbij betrokken.

Meer over het ontstaan van Wind voor Buren en de motivatie hiervoor leest u hier.

Het idee bestaat uit twee windmolens nabij de boerderij van Annemarie en Bert Kristen.

Het idee is om twee windmolens te plaatsen langs de snelweg A1/A35. De beoogde plekken liggen ten zuiden van het knooppunt Buren, ter hoogte van Ambt Delden en Borne.

Op onderstaande kaart zijn de beoogde locaties ter indicatie met gele cirkels aangegeven, naast de blauw gearceerde snelweg A1/A35. Ten noorden van de snelweg ligt Borne.

 

 

Hieronder staan visualisaties van windmolens op de beoogde plekken. Deze zijn gemaakt met het programma Windplanner. Dat programma is ook gebruikt om visualisaties te tonen op de inloopbijeenkomst van 21 november 2017. 
De windmolens in deze visualisaties hebben een ashoogte van 140 meter en een rotordiameter van 140 meter. Dat betekent dat een wiek 70 meter lang is en de tiphoogte 210 meter is. Klik hier voor een illustratie die toelicht wat de begrippen ashoogte, rotordiameter en tiphoogte inhouden.

 

Hieronder volgen de visualisaties. De straatnaam of straatnamen geven aan vanaf welk punt er naar de windmolens wordt gekeken in die visualisatie. De afstanden die erbij staan, zijn de afstanden tot de windmolen die het verst weg staat vanaf dat punt en de windmolen die het dichtstbij staat. Als er één afstand staat, staan de windmolens op gelijke afstand of is er één windmolen te zien in de visualisatie.

 

Windmolens veranderen het landschap. Daarover heeft landschapsarchitect Dirk Sijmons een interessante visie. Lees meer daarover in dit interview met hem bij De Correspondent.

 

1. Snelweg (rijdend van Azelo in de richting van Hengelo), 500 - 900 meter.
2. Kruising Seringenstraat / Twickelerblokweg in Borne, 700 - 950 meter.
3. Clematishof in Borne, 800 - 1000 meter.
4. Wingerdstraat in Borne, 1000 - 1200 meter.
5. Kerkedennen in Borne, 680 - 900 meter.
6. Kerkedennen in Borne, 780 - 830 meter (deze visualisatie laat het effect van bomen in het blad op de zichtbaarheid zien).
7. Kruispunt Deldensestraat / Dreef / Wilhelminastraat in Borne, 1300 meter.
8. Kruising Deldensestraat / Julianastraat in Borne, 1100 meter.
9. Kruising Deldensestraat / Seringenstraat in Borne, 1000 meter.
10. Kruising Veldovenweg / Kollergang in Borne, 800 - 830 meter.
11. Veldovenweg in Borne, 650 - 740 meter.
12. Kruising Steenbakkersweg / Leemweg in Borne, 660 - 850 meter.
13. De Enk in Borne, 1400 meter.
14. Kruising Burenweg / Schildsweg in Hengelo, 690 - 1100 meter.
15. Veldweg in Ambt Delden, 540 - 950 meter.
16. Voetpad van Delden naar Borne in Ambt Delden, 160 - 570 meter.
17. Veldweg in Ambt Delden, 390 meter.
18. Kruispunt Veldweg / Deldensestraat in Ambt Delden, 310 meter.
19. Meijerinksveldkampweg in Ambt Delden, 1100 - 1600 meter.
20. Twickelerlaan (staand voor kasteel Twickel) in Ambt Delden, 2500 meter.
21. Lage Eschweg in Ambt Delden, 2800 - 2900 meter.
22. Bornestraat in Ambt Delden (ter hoogte van de ijsbaan), 1700 - 1800 meter (om het effect van bomen te illustreren).
23. Watermolen Noordmolen in Ambt Delden, 1600 meter.
24. Skyline van Borne, gezien vanaf Erve Wieldijk in Borne, circa 2700 meter.

Om te bepalen of een locatie geschikt is voor windmolens, wordt onder andere gekeken naar natuurwaarden, landschapswaarden, woningen in de omgeving, de aanwezigheid van hoogspanningslijnen, gasleidingen, wegen, bedrijven, wettelijke normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid. De inschatting op dit moment is dat hier windmolens mogelijk zijn. Dat is gebaseerd op enkele vuistregels die kunnen worden gebruikt om dit in te schatten. Maar omdat het idee nog in een pril stadium verkeert, kan dit nog niet met zekerheid worden gezegd. Daar is veel en uitgebreid onderzoek voor nodig. Dat onderzoek moet nog worden verricht en het is onze wens om dit samen met de omgeving te doen.

Hoeveel de beoogde windmolens precies opwekken, is nu nog lastig te zeggen. Dat hangt voor een groot deel af van het uiteindelijke type windmolen en de grootte. Dat is nu nog niet exact bekend. Ook wordt er, voordat er windmolens worden geplaatst, goed in beeld gebracht hoe hard het hier waait. Maar een reële verwachting is dat twee moderne windmolens samen per jaar zeker 20 miljoen kilowattuur (kWh) opwekken. Afhankelijk van het formaat en het type kan dit oplopen tot 30 miljoen kWh per jaar.
Om met zonnepanelen evenveel stroom op te wekken, is er ongeveer 20 tot 30 hectare aan zonnepanelen nodig. Dat zijn circa 30 tot 45 voetbalvelden vol zonnepanelen.

 

In 2017 verbruikten alle inwoners en bedrijven in Hof van Twente samen 160,4 miljoen kWh aan elektriciteit. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 20 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee ruim 12 procent van het elektriciteitsverbruik in Hof van Twente. 
In 2017 verbruikten alle inwoners en bedrijven in Borne samen 63,5 miljoen kWh aan elektriciteit. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 20 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee ruim 31 procent van het elektriciteitsverbruik in Borne.

 

Een andere mogelijkheid om de hoeveelheid opgewekte windstroom uit te drukken, is om dit te vergelijken met het gemiddelde elektriciteitsverbruik per Nederlander. Als we alle elektriciteit die wordt verbruikt in huizen, bedrijven, scholen, elektrische auto's, sporthallen, ziekenhuizen, openbare verlichting en zo verder delen door het aantal inwoners van Nederland, komt daar uit dat de gemiddelde Nederlander (direct en indirect) 7044 kWh aan elektriciteit per jaar verbruikt. Dat betekent dat de twee beoogde windmolens per jaar evenveel opwekken als ruim 2800 mensen verbruiken (20 miljoen / 7044 = ruim 2800).

 

Nog een andere, veelgebruikte vergelijking is om de hoeveelheid opgewekte windstroom uit te drukken in huishoudens. Gemiddeld verbruikt een huishouden in Nederland circa 3000 kWh per jaar. Dat is dus het verbruik in de woning van dat huishouden. Dat betekent dat de twee beoogde windmolens per jaar evenveel opwekken als ruim 6600 huishoudens verbruiken.

 

De gemeente Hof van Twente heeft 14.692 huishoudens. Met een verwachte opbrengst van 20 miljoen kWh per jaar betekent dit dat de twee windmolens evenveel kunnen opwekken als 45 procent van de huishoudens in Hof van Twente gebruikt.
De gemeente Borne heeft 9548 huishoudens. Met een verwachte opbrengst van 20 miljoen kWh per jaar betekent dit dat de twee windmolens evenveel kunnen opwekken als 69 procent van de huishoudens in Borne gebruikt.

Dat is op dit moment nog niet exact bekend. Het idee verkeert nog in een pril stadium en de exacte hoogte wordt pas bepaald in een later stadium.

Wel wordt er uitgegaan van moderne windmolens. Dat betekent dat we nu rekening houden met windmolens met een tiphoogte van circa 200 meter. De tiphoogte is het bovenste punt van de wiek als deze recht overeind staat.

In de visualisaties die wij hebben gemaakt, tonen wij bijvoorbeeld windmolens met een tiphoogte van 210 meter. Deze windmolens hebben een ashoogte van 140 meter en een rotordiameter van 140 meter. Die rotordiameter betekent dat een wiek 70 meter lang is.

We proberen deze website zo actueel en volledig mogelijk te houden, zodat iedereen die wil op de hoogte kan blijven. Daarnaast versturen wij nieuwsbrieven over de ontwikkelingen rond ons idee. U kunt zich hier voor deze nieuwsbrief aanmelden. U kunt zich altijd weer uitschrijven voor deze nieuwsbrief.

Mocht u informatie missen of vragen hebben, dan kunt u ook contact met ons opnemen via info@windvoorburen.nl 

Over windmolens

Beschikbaarheid van energie vinden we vanzelfsprekend; het licht in huis doet het altijd. Maar we staan er vaak niet bij stil dat de productie van energie uit aardgas of steenkool blijvende schade toebrengt aan ons leefmilieu. Bij de verbranding van deze brandstoffen komen namelijk schadelijke gassen vrij. Denk aan het broeikasgas CO2 dat tot verandering van ons klimaat leidt.

Ook raken de fossiele brandstofvoorraden op de lange termijn op. In de afgelopen jaren is de vraag naar energie dermate toegenomen dat er gezocht moet worden naar duurzame alternatieven. Internationaal is een klimaatverdrag afgesproken (‘het akkoord van Parijs’) om de uitstoot van CO2 te verminderen. In Europa is afgesproken dat Nederland in 2020 minimaal 14% van zijn energie duurzaam produceert. Daarvoor moet de opwekcapaciteit fors worden uitgebreid. Naast zonne-energie, bio-energie en aardwarmte zijn er ook windmolens nodig. Samen met maatschappelijke organisaties heeft de Nederlandse regering het Energieakkoord gesloten om vaart te maken met de opwekking van duurzame energie.

 

De vraag naar duurzaam opgewekte elektriciteit zal toenemen. Zo zullen veel huizen worden verwarmd door elektrische warmtepompen, komen er veel meer elektrische auto's en zullen meer (industriële) bedrijven overschakelen naar elektriciteit als belangrijke energiebron. In een brief aan de Tweede Kamer (juli 2018) bevestigt minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat daarom nogmaals dat windmolens op land onmisbaar zijn in de energietransitie. Klik hier om deze brief behorend bij de Monitor Wind op Land te lezen. Ook in de voorstellen voor hoofdlijnen van het nieuwe Klimaatakkoord (juli 2018) worden windmolens op land als noodzakelijk benoemd om het doel van 49 procent CO2-reductie in 2030 te behalen.

Het verduurzamen van de energieproductie maakt ons tevens minder afhankelijk van andere landen en vermindert daarnaast het verbruik van milieuvervuilende en schaarser en duurder wordende fossiele brandstoffen. Windmolens produceren veel duurzame energie en zijn daarom een belangrijk middel om de doelstellingen voor meer duurzame energie in Nederland te halen.

 

Ook lokale overheden hebben doelstellingen om meer duurzame energie op te wekken en minder CO2 uit te stoten. Zo ook de gemeenten Hof van Twente en Borne:

 

Ambities/beleid gemeente Hof van Twente:

 

  • In 2035 is Hof van Twente energieneutraal (= evenveel energie duurzaam opwekken als er in de gemeente wordt gebruikt). Daarvoor heeft de gemeente een ‘Routekaart’ opgesteld.
  • Doel 2018: 15 procent van de energie in Hof van Twente duurzaam opgewekt.
  • In 2018 meer burgerinitiatieven op het gebied van duurzaamheid. In 2018 wil de gemeente drie zonneparken realiseren en actief partijen werven die aan de slag willen met energie binnen de gemeentegrenzen.
  • Hof van Twente heeft een ‘Beleidsregel grootschalige duurzame energiebronnen (wind en zon)’. Daarin staat hoe initiatieven voor zonneparken en windmolens worden beoordeeld.

 

In het visiedocument 'Samen doen! 2018 - 2022' van de coalitie van CDA en VVD wordt ook beschreven wat de ambities en visies zijn met betrekking tot duurzame energie, waaronder windenergie.

 

Ambities/beleid gemeente Borne:

 

Uit ‘Duurzaamheidsbeleid 2017-2018’ van de gemeente Borne:

Duurzaamheidsbeleid houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Op lokaal niveau kunnen we de verantwoording nemen om een bijdrage te leveren aan de mondiale problemen. Daarvoor sluit de gemeente aan bij de ambities en doelstellingen op nationaal en regionaal niveau. De gemeente draagt actief bij aan het behalen van de nationaal en regionaal vastgestelde doelen op het gebied van duurzaamheid.

 

Het gaat om de volgende doelen:

  • In 2020 is in Twente de CO2-uitstoot met 25% verminderd t.o.v. 1990.
  • In 2023 komt 20% van het energiegebruik in Twente uit hernieuwbare bronnen.
  • Streven naar een energieneutrale regio in 2050.
  • In 2030 hergebruiken we in Twente 90% van ons afval.
  • In 2030 produceren we in Twente jaarlijks maximaal 50 kilo restafval per inwoner.

 

In het coalitieakkoord 2018-2022 en het raadsprogramma 2018-2022 van Borne worden deze ambities onderschreven.

 

Alle energie van Borne duurzaam: 24 windmolens of 243 hectare zonnepanelen
Eind 2017 zijn er in Twente Energie Ateliers gehouden. Deze zijn een initiatief van 12 samenwerkende Twentse gemeenten, om een Twentse Energie Strategie (TES) te maken. Daar is hier meer over te lezen. Tijdens deze Energie Ateliers kregen mensen meer informatie over de duurzaamheidsopgave die er lokaal is en konden inwoners aangeven hoe zij daar tegenaan kijken. Op 20 november 2017 was dit Energie Atelier in Borne. Borne Boeit heeft tevens een artikel geschreven over dit Energie Atelier.

 

In deze TES staat dat in 2016 in de gemeente Borne 63,6 miljoen kilowattuur (kWh) aan stroom werd verbruikt door alle inwoners en bedrijven samen. Hiervan werd 2,5 miljoen kWh duurzaam opgewekt. Dat is 3,7 procent. 
Om alle elektriciteit voor Borne duurzaam op te wekken, zijn er minstens 6 windmolens met een tiphoogte van 200 meter nodig of 63 hectare (94 voetbalvelden) vol zonnepanelen.

 

Daarnaast verbruikten in 2016 alle bedrijven en inwoners van de gemeente Borne samen 18,5 miljoen m3 aardgas. Stel dat al het aardgas wordt vervangen door duurzame elektriciteit. Dan zijn er nog eens 18 windmolens van 200 meter tiphoogte nodig of 180 hectare (270 voetbalvelden) vol zonnepanelen om evenveel energie op te wekken. Dat betekent dat er minstens 24 windmolens van 200 meter hoog of 243 hectare vol zonnepanelen nodig zijn om alle benodigde energie voor de gemeente Borne duurzaam op te wekken.  

 

Alle energie van Hof van Twente duurzaam: 59 windmolens of 597 hectare zonnepanelen
In 2017 verbruikten alle inwoners en bedrijven in de gemeente Hof van Twente samen 160.400.000 kWh elektriciteit. Er zijn 16 windmolens van 200 meter tiphoogte nodig om al deze elektriciteit duurzaam op te wekken of 160 hectare vol met zonnepanelen (240 voetbalvelden). 

 

Daarnaast verbruikten in 2017 alle bedrijven en inwoners van de gemeente Hof van Twente samen 45 miljoen m3 aardgas. Stel dat al het aardgas wordt vervangen door duurzame elektriciteit. Dan zijn er nog eens 43 windmolens van 200 meter tiphoogte nodig of 436 hectare (655 voetbalvelden) vol zonnepanelen om evenveel energie op te wekken. Dat betekent dat er 59 windmolens van 200 meter hoog of 597 hectare (895 voetbalvelden) vol zonnepanelen nodig zijn om alle benodigde energie voor de gemeente Hof van Twente duurzaam op te wekken.  

 

Uit de TES blijkt dat er honderden windmolens nodig zijn in Twente om in 2050 genoeg duurzame energie te hebben. U kunt de Twentse Energie Strategie met alle bijbehorende achtergrondinformatie hier lezen.

 

Nut en noodzaak windmolens
Dat windmolens op land nodig zijn, is in mei 2018 ook nog eens bevestigd door minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. Kort daarvoor werd bekend dat windmolens op zee rendabeler zijn geworden. De vraag vanuit de Tweede Kamer was wat deze gunstige ontwikkelingen betekenen voor windmolens op land. Minister Wiebes reageert in een brief aan de Tweede Kamer kort, maar krachtig: windmolens op land zijn ondanks de gunstige ontwikkelingen op zee hard nodig. Het doel is dat er in 2020 enkele duizenden bij zijn gekomen op land en ook in de jaren daarna zijn windmolens op land volgens de minister nodig. U kunt de brief van de minister hier lezen.

 

Vragen over nut en noodzaak van windmolens die in de gemeente Apeldoorn speelden, geven goed de noodzaak van windmolens op land aan. De Rekenkamercommissie van de gemeente Apeldoorn heeft namelijk met behulp van onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau CE Delft een rapport opgesteld over hoe Apeldoorn genoeg duurzame energie kan opwekken. De gemeenteraad wil dat Apeldoorn in 2050 energieneutraal is. Dat betekent dat er evenveel duurzame energie wordt opgewekt als gebruikt. Maar een meerderheid van de gemeenteraad twijfelt of windmolens in Apeldoorn gewenst zijn. CE Delft concludeert dat zonder windmolens het bereiken van de doelstellingen voor Apeldoorn heel erg lastig wordt. Ondanks de inzet op grote zonneparken, energiebesparing, energie uit de bodem, biomassa en houtkachels. 

Het benutten van windenergie uit andere delen van het land is volgens CE Delft ook geen oplossing voor Apeldoorn. De gemeente waar deze windmolens staan, rekent namelijk deze milieuwinst ook al mee en deze kan niet twee keer meetellen.
U vindt hier het volledige rapport
Voor de volledigheid vindt u hier de link naar de site van de Rekenkamercommissie waar het rapport staat.

 

Televisieprogramma De Monitor had op 13 maart 2018 een uitzending over de omvang van de energietransitie, de impact daarvan op ons landschap en hoe ambitieuze doelstellingen erom vragen dat ook de daad bij het woord wordt gevoegd. U kunt deze uitzending (duur: 25 minuten) hier terugkijken.

De landelijke trend is dat windmolens steeds groter worden. In de huidige plannen voor windmolens in Nederland wordt over het algemeen uitgegaan van windmolens met een tiphoogte van circa 200 meter, zo ook bij Wind voor Buren. Maar waarom worden windmolens steeds hoger? Dat heeft ermee te maken dat grotere windmolens (veel) meer opwekken. Een windmolen waarvan de wieken twee keer zo lang zijn, wekt vier keer zoveel op. Door windmolens grote wieken te geven en deze vervolgens op grote hoogte te laten draaien, wekken ze veel meer duurzame elektriciteit op. De Nederlandse overheid wil dat er zoveel mogelijk duurzame energie wordt opgewekt tegen zo laag mogelijke kosten. Grotere windmolens zorgen ervoor dat de kosten om duurzame energie te maken fors dalen. In dit artikel kunt u daar nog veel meer over lezen.

 

Een grotere windmolen mag niet meer geluid veroorzaken op de gevel van een woning of meer slagschaduw veroorzaken dan een kleinere. Een grotere, nieuwe windmolen kan bijvoorbeeld zelfs stiller zijn dan een kleinere, oude windmolen doordat de nieuwste technieken op bijvoorbeeld het gebied van geluidsreductie in die nieuwe molen zijn toegepast.

 

Wat is het verschil qua beeld tussen een hogere en lagere windmolen? Om te proberen dat inzichtelijk te maken, heeft Pure Energie een foto gemaakt in Eemshaven (Groningen). Daar staat een windmolen met een tiphoogte van 200 meter en daar vlakbij windmolens met een tiphoogte van 144 meter. Deze foto kunt u hier bekijken.
U ziet eerst de foto en een pagina verder dezelfde foto, maar dan daarop aangegeven de afmetingen van de windmolens en de afstand vanaf het kijkpunt tot de molen.

Hoeveel de beoogde windmolens precies zullen opwekken, is nu nog niet exact te zeggen. Dat hangt voor een groot deel af van het uiteindelijke type windmolen en de grootte. Dat is nu nog niet exact bekend. Ook wordt er, voordat er windmolens worden geplaatst, goed in beeld gebracht hoe hard het hier waait. Dat gebeurt door middel van windmetingen die exact in beeld brengen hoe hard het op de beoogde plekken van de windmolens waait. Daarmee kan ook de opbrengst van de uiteindelijke windmolens beter worden ingeschat.

Een reële inschatting op dit moment is dat twee moderne windmolens samen per jaar zeker 20 miljoen kilowattuur (kWh) opwekken. Afhankelijk van het formaat en het type kan dit oplopen tot 30 miljoen kWh per jaar. Om met zonnepanelen evenveel stroom op te wekken, is er ongeveer 20 tot 30 hectare aan zonnepanelen nodig. Dat zijn circa 30 tot 45 voetbalvelden vol zonnepanelen.

 

In 2017 verbruikten alle inwoners en bedrijven in Hof van Twente samen 160,4 miljoen kWh aan elektriciteit. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 20 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee ruim 12 procent van het elektriciteitsverbruik in Hof van Twente. 
In 2017 verbruikten alle inwoners en bedrijven in Borne samen 63,5 miljoen kWh aan elektriciteit. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 20 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee ruim 31 procent van het elektriciteitsverbruik in Borne.

 

Een andere mogelijkheid om de hoeveelheid opgewekte windstroom uit te drukken, is om dit te vergelijken met het gemiddelde elektriciteitsverbruik per Nederlander. Als we alle elektriciteit die wordt verbruikt in huizen, bedrijven, scholen, elektrische auto's, sporthallen, ziekenhuizen, openbare verlichting en zo verder delen door het aantal inwoners van Nederland, komt daar uit dat de gemiddelde Nederlander (direct en indirect) 7044 kWh aan elektriciteit per jaar verbruikt. Dat betekent dat de twee beoogde windmolens per jaar evenveel opwekken als ruim 2800 mensen verbruiken (20 miljoen / 7044 = ruim 2800).

 

Nog een andere, veelgebruikte vergelijking is om de hoeveelheid opgewekte windstroom uit te drukken in huishoudens. Gemiddeld verbruikt een huishouden in Nederland circa 3000 kWh per jaar. Dat is dus het verbruik in de woning van dat huishouden. Dat betekent dat de twee beoogde windmolens per jaar evenveel opwekken als ruim 6600 huishoudens verbruiken.

 

De gemeente Hof van Twente heeft 14.692 huishoudens. Met een verwachte opbrengst van 20 miljoen kWh per jaar betekent dit dat de twee windmolens evenveel kunnen opwekken als 45 procent van de huishoudens in Hof van Twente gebruikt.
De gemeente Borne heeft 9548 huishoudens. Met een verwachte opbrengst van 20 miljoen kWh per jaar betekent dit dat de twee windmolens evenveel kunnen opwekken als 69 procent van de huishoudens in Borne gebruikt.

 

De exacte hoogte van de beoogde windmolens bij knooppunt Buren is nog niet bekend, maar wel wordt er uitgegaan van grotere windmolens dan bijvoorbeeld de molens die langs de snelweg A1 bij Deventer staan. De landelijke trend is dat windmolens groter worden. Grotere windmolens zijn weliswaar duurder in aanschaf, maar doordat zij veel meer stroom opwekken, daalt de kostprijs per geproduceerde kilowattuur. De Rijksoverheid wil dat de kostprijs van windenergie – en die van andere duurzame energiebronnen - daalt. Daarom verlaagt het Rijk jaarlijks de SDE+-subsidie voor windmolens en andere duurzame energiebronnen. De Rijksoverheid kijkt naar de ontwikkelingen in de markt en door innovaties worden windmolens steeds groter en efficiënter. Daardoor daalt de kostprijs van windenergie en besluit de overheid vervolgens de SDE+-subsidie te verlagen. Zo worden exploitanten van onder andere windmolens gestimuleerd steeds efficiënter te werken en hun kostprijs te verlagen.

Dat klopt. Op zee waait het harder en vaker dan op land. Maar we verbruiken in Nederland zoveel energie dat alle duurzame energiebronnen nodig zijn: windmolens op land én op zee, zonnepanelen, biomassa en mogelijk nog meer. Daarnaast moet er veel minder energie worden verbruikt. Al deze maatregelen zijn nodig om te zorgen dat we genoeg energie opwekken om onze huidige levenstandaard te behouden, maar dan zonder de uitstoot van CO2.

Eind 2017 zijn er in Twente Energie Ateliers gehouden. Deze zijn een initiatief van 12 samenwerkende Twentse gemeenten, om een Twentse Energie Strategie te maken. Daar is hier meer over te lezen. Tijdens deze Energie Ateliers kregen mensen meer informatie over de duurzaamheidsopgave die er lokaal is en konden inwoners aangeven hoe zij daar tegenaan kijken. Op 20 november 2017 was dit Energie Atelier in Borne. Daar stond onder meer dit informatiepaneel, dat laat zien hoe groot de opgave is voor alleen al de gemeente Borne. Ook deze poster werd daar getoond.
Borne Boeit heeft ook een artikel geschreven over dit Energie Atelier.

 

De Energie Ateliers hebben een Twentse Energie Strategie opgeleverd. In dit document beschrijven de samenwerkende Twentse gemeenten wat er nodig is om genoeg duurzame energie in Twente op te wekken. Daaruit blijkt ook dat er honderden windmolens nodig zijn in Twente om in 2050 genoeg duurzame energie te hebben. U kunt de Twentse Energie Strategie met alle bijbehorende achtergrondinformatie hier lezen.

 

Het is absoluut nodig dat er duizenden windmolens op de Noordzee komen. Maar zelfs met 25.000 windmolens op de Noordzee is het probleem nog niet opgelost. Dat staat in dit artikel. Zes Noordzee-landen (waaronder Nederland) werken in dat scenario intensief samen en plaatsen tussen nu en 2050 25.000 windmolens op de Noordzee. Dat zijn er zeker 15 per week. Als deze 25.000 windmolens er staan:

- leveren deze genoeg energie op voor een derde van het energieverbruik van deze zes landen.

- moet er nog voor een derde deel aan energie worden bespaard.

- moet er nog een derde van de energie op land worden opgewekt.

- is er bijna nog een derde waarvoor nog geen duurzame oplossing is (de industrie die veel energie nodig heeft) en waarvoor in 2050 dan nog steeds fossiele brandstoffen worden ingezet.

 

In de achterliggende rapporten achter deze visualisaties in het artikel staat ook geschetst hoe Nederland er dan uit ziet. Het betekent dat op zeer veel plekken verspreid over het land onder andere grote zonnevelden en windmolens nodig zijn. Met windmolens op zee alleen redden we het niet. In deze context is dit artikel wellicht ook interessant.

 

Dat windmolens op land nodig zijn, is in mei 2018 ook nog eens bevestigd door minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. Kort daarvoor werd bekend dat windmolens op zee rendabeler zijn geworden. De vraag vanuit de Tweede Kamer was wat deze gunstige ontwikkelingen betekenen voor windmolens op land. Minister Wiebes reageert in een brief aan de Tweede Kamer kort, maar krachtig: windmolens op land zijn ondanks de gunstige ontwikkelingen op zee hard nodig. Het doel is dat er in 2020 enkele duizenden bij zijn gekomen op land en ook in de jaren daarna zijn windmolens op land volgens de minister nodig. U kunt de brief van de minister hier lezen.

 

Dat het aan de kust en op zee harder waait dan in Twente, betekent niet dat het in Twente niet hard genoeg waait voor windmolens. Er staan bijvoorbeeld al windmolens in Ede, Deventer, Zutphen, Aalten, Nijmegen, ’s-Hertogenbosch en vlak over de grens in Duitsland. Dat zijn gebieden met vergelijkbare windcondities als Twente en deze windmolens wekken voldoende op. Overal in Nederland is het mogelijk om windmolens te plaatsen die voldoende energie opwekken. Wel is het dan belangrijk dan de windmolens groot genoeg zijn. Hoger in de lucht waait het harder en constanter. Als de windmolens hoger in de lucht kunnen komen met bovendien grotere wieken (meer oppervlakte om wind te vangen), neemt de opbrengst van een windmolen substantieel toe.

 

Enige tijd geleden hadden Pure Energie en coöperatie ECHT een initiatief voor een windmolen in Goor, op bedrijventerrein Zenkeldamshoek. Voor die beoogde windmolen was reeds in beeld gebracht wat de windcondities in dat gebied zijn. Onderstaande tekst en grafiek komt uit het onderzoeksrapport voor deze windmolen:

 

 

Het gaat hier dus om de windsnelheid op 140 meter ashoogte. Voor het idee Wind voor Buren is dat ook een ashoogte waarmee rekening wordt gehouden. Een ashoogte van circa 140 meter resulteert doorgaans in een tiphoogte van circa 200 meter.

Uit de grafiek blijkt dat per jaar zo’n 6 procent van de tijd de windsnelheid op 140 meter hoogte lager is dan 3 meter per seconde. Dus per jaar is de windsnelheid 94 procent van de tijd 3 meter per seconde of meer. Een moderne windmolen wekt vanaf 2 á 3 meter per seconde stroom op. Dat is windkracht 2. Hoe harder het waait, hoe meer stroom een windmolen opwekt (totdat deze op vol vermogen draait). Een voorbeeld van een moderne windmolen is het type L136 van de Nederlandse fabrikant Lagerwey. De zogeheten ‘cut-in windsnelheid’ van deze molen is 2 meter per seconde. ‘Cut-in windsnelheid’ is de technische term voor het feit dat een windmolen vanaf die bepaalde windsnelheid begint te draaien en dus stroom begint op te wekken.

 

Zoals uit de tabel blijkt, is ruim 7 meter per seconde de windsnelheid die het meest voorkomt in een jaar. Dit is dus voor de locatie in Goor, wat een zeer vergelijkbaar windgebied is als nabij Borne. Met een dergelijke gemiddelde windsnelheid is het goed mogelijk om ook in Twente windmolens te plaatsen die voldoende opwekken.
Dat wordt bevestigd door de Windviewer van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland. Hierop kunt u zelf zien wat de windsnelheid is op alle plekken in Nederland op 20 tot 160 meter hoogte. Daaruit blijkt dat de windsnelheid op de beoogde plekken van Wind voor Buren ruim 7 meter per seconde is (op 140 meter hoogte). Klik hier om de Windviewer te bekijken.

 

’s-Hertogenbosch is ook een plaats ver weg van de kust, net zoals Twente. Pure Energie werkt daar aan de bouw van nieuwe windmolens. Tevens staat daar al een windmolen, sinds 2011. Deze bestaande windmolen heeft een tiphoogte van 139 meter en wekte de afgelopen jaren gemiddeld 4,5 miljoen kilowattuur (kWh) per jaar op. Voor de nieuwe windmolens in ’s-Hertogenbosch is een jaar lang de wind op die plek gemeten. Er wordt daar gewerkt aan vier windmolens met een tiphoogte van maximaal 186 meter. Aan de hand van de windmetingen zijn enkele types windmolens doorgerekend. Deze zullen op die plek circa 8,3 miljoen tot 9,1 miljoen kWh opwekken (per windmolen, uiteindelijke opbrengst is afhankelijk van het type dat wordt gekozen).

 

Daarnaast staan er vlak over de grens in Duitsland ook zeer veel windmolens. Dat illustreert nogmaals dat het zeker zinvol is om ook in het binnenland windmolens te plaatsen.

 

Daarnaast is het verschil tussen kustgebieden en bijvoorbeeld Twente circa 1 meter per seconde. Zie deze kaart die de Rijksoverheid gebruikt bij de toekenning van de SDE+- subsidie voor windmolens. Daaruit blijkt dat op 100 meter hoogte de windsnelheid in Twente circa 7 meter per seconde is en aan de kust circa 8 meter per seconde. Dat is om een indruk van het verschil te geven. Uiteraard heeft een lagere gemiddelde windsnelheid effect op de opbrengst van een windmolen, maar het verschil is niet zo groot dat windmolens in het binnenland geen zin hebben.

Ondanks de succesvolle ontwikkelingen van windmolens op zee zijn er ook windmolens op land nodig. Anders wekken we als land niet genoeg duurzame energie op. Verder zijn er ook veel zonnepanelen nodig (op daken en op velden), aardwarmte, energiebesparing, biomassa en wellicht nog wel meer duurzame bronnen en technieken. Het plaatsen van windmolens op zee wordt goedkoper, maar dat heeft daar geen invloed op. Dat heeft bijvoorbeeld minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat recent nog bevestigd. Hij kreeg vanuit de Tweede Kamer de vraag wat de gunstige ontwikkelingen van windmolens op zee betekenen voor windmolens op land. Minister Wiebes reageert in een brief aan de Tweede Kamer kort, maar krachtig: windmolens op land zijn hard nodig. Het doel is dat er in 2020 enkele duizenden bij zijn gekomen op land en volgens de minister zijn ook in de jaren daarna nog meer windmolens op land nodig. U kunt de brief van de minister hier lezen. Ook in dit artikel van 31 maart 2018 in het Algemeen Dagblad kunt u daar meer over lezen.

 

Daarnaast klopt het niet dat windmolens op zee geen subsidie krijgen. Deze krijgen ook subsidie, maar dan vooraf en in natura.

Bij windmolens op zee stelt de overheid het gebied waar de molens komen ter beschikking. De overheid laat ook alle voorbereidingen op eigen kosten uitvoeren. Dat zijn bijvoorbeeld alle onderzoeken die moeten worden gedaan, de (gerechtelijke) procedures die nodig zijn voor de vergunning en het contact met betrokkenen uit de omgeving. Ook de netaansluiting – de kabel waarmee de stroom van de windmolens op het elektriciteitsnet komt – wordt verzorgd en betaald door de Nederlandse overheid en daarmee dus door de belastingbetaler. Dit is in september 2018 ook nog eens bevestigd door de Algemene Rekenkamer: ook windmolens op zee krijgen subsidie, tot en 2023 is daar 4 miljard euro voor gereserveerd. Lees meer hierover in het nieuwsbericht en achterliggende rapport van de Algemene Rekenkamer.

 

Bij windmolens op land komen al deze voorbereidingen en kosten voor rekening van de initiatiefnemers van de windmolens. Bij het maken van een plan voor windmolens is dit een grote kostenpost en ook het meest risicovol. Stel dat alle voorbereidingen worden getroffen, maar het plan uiteindelijk toch niet mag worden uitgevoerd? Dan zijn de initiatiefnemers al het geld dat ze erin hebben gestoken kwijt.

 

Bij wind op zee neemt de overheid dat risico en die kosten over van de bedrijven die de windmolens willen bouwen. Daardoor kunnen die bedrijven goedkoper windmolens bouwen. Daarom zeggen nu sommige bedrijven dat ze in de exploitatie – dus als de windmolens er staan en stroom opwekken – geen subsidie meer nodig hebben. Maar dat kan dus alleen omdat deze windmolens op zee in het voortraject subsidie en andere vormen van staatssteun hebben ontvangen.

 

Verder kost het ongeveer evenveel om met een windmolen op land een kilowattuur groene stroom op te wekken als met een windmolen op zee. Al jaren daalt de kostprijs van elektriciteit die wordt opgewekt door windmolens op land. Daardoor daalt ook de subsidie die deze windmolens krijgen hard. Windmolens op land zijn en blijven één van de meest kostenefficiënte vormen van duurzame energie. De verwachting is zelfs dat wind op land op relatief korte termijn (in 2025) zonder subsidie kan, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden. 

Veruit het meeste geluid van een windmolen wordt veroorzaakt door de luchtstroming om de draaiende wieken. Het windmolengeluid is niet constant en hangt af van de windsnelheid. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van stillere windmolens en deze ontwikkelingen gaan nog steeds door. Om geluidshinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, zijn er wettelijke normen opgesteld voor windmolens:

 

  • De eerste norm voor het geluid van windmolens is Lden 47 dB (decibel). Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van geluidsgevoelige objecten zoals woningen van derden, scholen en zorgcentra mag ontstaan. Dit mag gemiddeld over een jaar niet meer dan 47 dB zijn. 
    In het getal Lden zijn voor de avond en nacht extra toeslagen verwerkt, waardoor het werkelijke gemiddelde geluidniveau ongeveer 6 dB lager is dan Lden 47 dB. Lden staat voor day, evening, night.
  • De tweede norm is Lnight 41 dB. Deze norm is specifiek voor de nacht. Dit werkt hetzelfde als de norm van Lden 47dB, maar het verschil is dat het geluid ’s nachts buiten op de gevel dan gemiddeld over een jaar niet meer dan 41 dB mag zijn.

 

Een grotere windmolen mag niet meer geluid op de gevel van een woning van derden veroorzaken dan een kleinere windmolen. Ook het aantal windmolens maakt geen verschil. De hoeveelheid geluid die op de gevel van een woning van derden mag worden veroorzaakt, blijft ook bij meerdere windmolens hetzelfde.

 

Waarmee kan ik 41 of 47 decibel vergelijken?
Een gespreksniveau is 60 decibel, een drukke verkeersweg op 100 meter afstand is 80 decibel en een opstijgend vliegtuig op 200 meter hoogte is 100 decibel. De geluidsnormen voor windmolens zijn strenger dan bijvoorbeeld voor wegen in de buurt van woningen. In deze tabel staan meer voorbeelden waarmee bijvoorbeeld 30, 40 of 50 decibel is te vergelijken.

 

Laagfrequent geluid
In de normen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.
Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. U kunt deze notitie hier lezen.

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

 

Huisarts Sylvia van Maanen uit 's-Hertogenbosch zegt zich zorgen te maken over de gevolgen van laagfrequent geluid van windmolens. Zij is al meerdere keren met haar boodschap in de media verschenen. Haar pleidooi is ook betrokken geweest bij een rechtszaak tegen Windpark Oostpolder in Groningen. De Raad van State oordeelt hierover dat hierin geen informatie staat die aanleiding geeft eerdere conclusies met betrekking tot geluid, gezondheid en windmolens in twijfel te trekken. U kunt deze uitspraak van de Raad van State hier lezen (het gaat om punt 9 in de uitspraak).
Ook dit artikel van het gespecialiseerde adviesbureau Pondera gaat dieper in op (laagfrequent) geluid, gezondheid en windmolens.
Er is forse kritiek van experts op de stellingen van deze huisarts en de bronnen die zij gebruikt om haar stellingen te onderbouwen. Zij ageert bovendien actief in 's-Hertogenbosch tegen de komst van enkele windmolens, maar vlakbij de plek waar deze windmolens zijn beoogd, staat reeds sinds 2011 een moderne windmolen. Hierover zijn geen klachten bekend. 

 

Informatie van GGD en RIVM
In 2017 publiceerden de GGD en het RIVM een (Engelstalig rapport over het geluid van windmolens en gezondheid. U kunt dit rapport hier lezen

 

Hieronder volgen enkele citaten uit dit rapport:

 

"Perhaps the low frequency component of wind turbine sound also leads to extra annoyance, as is the case with other sources. However, there is no evidence of an effect specifically related to the low frequency component. It has been suggested that a direct effect of infrasound on persons has been underestimated, but available knowledge does not support this."

 

"Infrasound and low frequency sound from wind turbines have been suggested to pose unique health hazards. There is no scientific evidence to support this. The levels of infrasound involved are comparable to the level of internal body sounds and pressure variations at the ear while walking."

 

"Infrasound from wind turbines is not loud enough to influence the sense of balance (i.e. activate the vestibular system), except perhaps for persons with a specific hearing condition (SCDS). Effects such as dizziness and nausea, or motion sickness, can be an effect of infrasound, but at much higher levels than wind turbines produce in residential situations."

 

"Vibroacoustic disease (VAD) and the wind turbine syndrome (WTS) are controversial and scientifically not supported. At the present levels of wind turbine sound, the alleged occurrence of VAD or WTS are unproven and unlikely."

 

Bij veel woningen minder geluid dan volgens de norm mag
In de praktijk zullen veruit de meeste woningen van derden op dusdanige afstand van de windmolens staan dat het gemiddelde geluid op de gevel minder is dan Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Ook valt windmolengeluid vaak weg tegen andere geluidsbronnen, zoals een drukke weg en het aanwezige achtergrondgeluid in een dorp of stad.

 

Hinder van geluid van windmolens?
Als het geluid op de gevel minder is dan volgens de regels maximaal mag, betekent het niet dat er kan worden gegarandeerd dat de windmolens daar nooit te horen zijn. Wel blijkt uit de praktijk dat de overgrote meerderheid van omwonenden met deze normen geen geluidshinder ondervindt.

Het RIVM heeft onderzocht hoeveel mensen hinder ondervinden van het geluid als zij op de grens van Lden 47 dB wonen. Van die mensen heeft ruim 80 procent nooit hinder van het geluid. Ongeveer 20 procent ondervindt er wel eens hinder van. Dan gaat het dus om mensen waarbij de windmolen de hoeveelheid geluid produceert die maximaal is toegestaan. In de praktijk is bij veel huizen de afstand tot de windmolen groter waardoor de windmolen minder is te horen.
Of mensen last hebben van het geluid, is vaak een persoonlijke ervaring. Wie principieel tegen windmolens is, zal eerder de windmolens horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus overlast. Maar wie wel vóór windmolens is of bijvoorbeeld via een coöperatie mede-eigenaar is, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks en ervaart ze niet als overlast, zo blijkt uit onderzoek.

 

Werkelijke gemiddelde geluidbelasting is lager dan 47 decibel
Een vraag die met name vanwege het woord ‘gemiddeld’ bij bijvoorbeeld omwonenden van (beoogde) windmolens ontstaat, is of de geluidsnorm van jaargemiddeld Lden = 47 decibel betekent dat het geluid van een windmolen bij een woning ook boven 47 decibel kan komen als het op andere momenten dan onder de 47 decibel is. Dat is niet zo. 

De Lden is een theoretisch getal dat door de straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Daardoor is het maximale geluid dat op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan 47 decibel. Een belangrijke toevoeging hierbij is dat hierbij wordt uitgegaan van woningen waarbij op de gevel de maximale toegestane geluidsbelasting ontstaat. Het overgrote deel van de woningen zal buiten deze maximale grens liggen. 
In dit document met aanvullende informatie over de geluidsnormen kunt u lezen hoe dat komt.

Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die ontstaat als de zon tegen de wieken van de windmolen schijnt. Doordat de wieken bewegen, beweegt deze schaduw ook. Als deze bewegende schaduw over bijvoorbeeld ramen van woningen gaat, kunnen omwonenden dat als hinderlijk ervaren. In de wet zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Dat betekent dat de gevel van zogeheten gevoelige objecten - zoals woningen, scholen en zorgcentra – maximaal 6 uur per gemiddeld jaar mag worden geraakt door de slagschaduw. Het aantal windmolens dat er staat of de hoogte daarvan maakt niet uit: de gevel mag maximaal 6 uur per gemiddeld jaar worden geraakt door de slagschaduw.

 

Speciale software in de windmolens zorgt dat de windmolens automatisch worden stilgezet om te zorgen dat bijvoorbeeld woningen niet meer dan 6 uur per jaar worden geraakt door de slagschaduw. Bij deze berekeningen wordt ervan uitgegaan dat woningen gevels hebben met grote ramen. Ook wordt ervan uitgegaan dat er geen objecten zoals bomen tussen de woning en de windmolen staan. In de praktijk kunnen bijvoorbeeld bomen de slagschaduw voorkomen. Het valt heel precies te berekenen wanneer ergens slagschaduw ontstaat, aan de hand van de stand van de zon. Daardoor is dit goed te regelen en daar is inmiddels veel ervaring mee met de vele windmolens die al in Nederland staan.

Er is geen direct verband tussen windmolens en een verslechterende gezondheid van omwonenden. Windmolens maken mensen niet ziek. Daar is veel onderzoek naar gedaan. De regels en normen voor windmolens zijn ingesteld om omwonenden te beschermen. 

 

Wat wel kan gebeuren, is dat bijvoorbeeld een omwonende principieel tegen windmolens is. Als die dan toch in zijn of haar omgeving komen en de omwonende kan de windmolens bijvoorbeeld ook zien, dan kan dat deze omwonende irriteren. Als die irritatie blijft, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat niet gezond. Maar dat heeft er meer mee te maken hoe iemand omgaat met de komst van windmolens dan dat windmolens zelf omwonenden ziek maken.

 

Verder kan bijvoorbeeld geluid hinderlijk zijn voor omwonenden. Dat geldt voor alle vormen van geluid, bijvoorbeeld ook het geluid afkomstig van wegen en bedrijventerreinen. Als geluid erg hinderlijk wordt, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat ongezond. Daarom zijn er strenge normen voor windmolens ingesteld die omwonenden beschermen tegen hinder, zodat hun gezondheid wordt beschermd. Dit gebeurt volgens dezelfde systematiek waarmee omwonenden worden beschermd tegen geluidshinder van bijvoorbeeld een drukke weg. Hierin wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid.
Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de mate waarin een omwonende hinder ervaart niet alleen wordt veroorzaakt door het aantal decibellen dat die persoon hoort. Zowel het RIVM, de GGD als de Wereldgezondheidsorganisatie stellen duidelijk dat omwonenden minder hinder ervaren als zij goed worden betrokken bij de planvorming voor de windmolens en/of als zij er financieel voordeel van hebben.

 

Laagfrequent geluid
In de normen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.
Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. U kunt deze notitie hier lezen.

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

 

Huisarts Sylvia van Maanen uit 's-Hertogenbosch zegt zich zorgen te maken over de gevolgen van laagfrequent geluid van windmolens. Zij is al meerdere keren met haar boodschap in de media verschenen. Haar pleidooi is ook betrokken geweest bij een rechtszaak tegen Windpark Oostpolder in Groningen. De Raad van State oordeelt hierover dat hierin geen informatie staat die aanleiding geeft eerdere conclusies met betrekking tot geluid, gezondheid en windmolens in twijfel te trekken. U kunt deze uitspraak van de Raad van State hier lezen (het gaat om punt 9 in de uitspraak).
Ook dit artikel van het gespecialiseerde adviesbureau Pondera gaat dieper in op (laagfrequent) geluid, gezondheid en windmolens.
Er is forse kritiek van experts op de stellingen van deze huisarts en de bronnen die zij gebruikt om haar stellingen te onderbouwen. Zij ageert bovendien actief in 's-Hertogenbosch tegen de komst van enkele windmolens, maar vlakbij de plek waar deze windmolens zijn beoogd, staat reeds sinds 2011 een moderne windmolen. Hierover zijn geen klachten bekend. 

 

Informatie van GGD en RIVM
In 2017 publiceerden de GGD en het RIVM een (Engelstalig rapport over het geluid van windmolens en gezondheid. U kunt dit rapport hier lezen

 

Hieronder volgen enkele citaten uit dit rapport:

 

"Perhaps the low frequency component of wind turbine sound also leads to extra annoyance, as is the case with other sources. However, there is no evidence of an effect specifically related to the low frequency component. It has been suggested that a direct effect of infrasound on persons has been underestimated, but available knowledge does not support this."

 

 "Infrasound and low frequency sound from wind turbines have been suggested to pose unique health hazards. There is no scientific evidence to support this. The levels of infrasound involved are comparable to the level of internal body sounds and pressure variations at the ear while walking."

 

 "Infrasound from wind turbines is not loud enough to influence the sense of balance (i.e. activate the vestibular system), except perhaps for persons with a specific hearing condition (SCDS). Effects such as dizziness and nausea, or motion sickness, can be an effect of infrasound, but at much higher levels than wind turbines produce in residential situations."

 

 "Vibroacoustic disease (VAD) and the wind turbine syndrome (WTS) are controversial and scientifically not supported. At the present levels of wind turbine sound, the alleged occurrence of VAD or WTS are unproven and unlikely."

 

Meer informatie over gezondheid in relatie tot windmolens is hier te vinden:

 

Regionale kranten De Gelderlander en de Stentor hebben omwonenden van windmolens gevraagd hoe het is om in de buurt van windmolens te wonen. Lees hier het artikel in De Gelderlander en hier het artikel in de Stentor. Uit deze artikelen blijkt dat deze omwonenden eigenlijk zonder problemen bij deze windmolens wonen.

 

Duurzaam energiebedrijf Pure Energie heeft aan Nanette Hagens, omwonende van de windmolen in 's-Hertogenbosch, gevraagd hoe het is om in de buurt van die windmolen te wonen. Lees hier het interview met haar of klik hier voor de video van het interview.

 

Sinds mei 2015 staan in Ede twee grote windmolens aan de westzijde van de A30, ter hoogte van bedrijventerrein A12. In september 2015 is een peiling uitgevoerd onder het Inwonerspanel van de gemeente Ede om de mening van bewoners over windmolens in Ede in beeld te brengen. Klik hier om de resultaten daarvan te lezen.

De meeste inwoners hebben weinig last van de windmolens, blijkt uit de peiling. Het overgrote deel (87 procent) ervaart geen overlast. Met overlast bedoelen inwoners vooral landschapsvervuiling; geluidsoverlast komt sporadisch (1x) voor. Van de inwoners die weten dat er windmolens zijn, geeft 83 procent aan ze niet te zien of te horen. Twee inwoners geven aan dat zij de windmolens kunnen zien en horen en 16 procent geeft aan de windmolens te kunnen zien.

 

Ook Natuur & Milieu heeft omwonenden van windmolens gesproken. Lees hier de artikelen daarover.

 

Uit onderzoek van het CBS (oktober 2018) blijkt dat bijna 70 procent van de Nederlanders er geen moeite mee heeft of er neutraal tegenover staan als er windmolens in hun woonomgeving komen. Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

Nee. Een grotere windmolen mag niet meer geluid veroorzaken op de gevel van een woning of meer slagschaduw veroorzaken dan een kleinere. De regels bepalen hoeveel geluid en slagschaduw er op de gevel van bijvoorbeeld een woning mag worden veroorzaakt. Dat blijft gelijk, ondanks het formaat van de windmolen of het aantal windmolens.

 

Een grotere, nieuwe windmolen kan bijvoorbeeld zelfs stiller zijn dan een kleinere, oude windmolen doordat de nieuwste technieken op bijvoorbeeld het gebied van geluidsreductie in die nieuwe molen zijn toegepast. Pure Energie ziet de laatste tijd zelfs sterke aanwijzingen dat de grotere, moderne windmolens stiller zijn. Het energiebedrijf is op andere plekken in Nederland bezig met plannen voor windmolens en uit de geluidsonderzoeken die daarvoor zijn gedaan, blijkt dat de grotere windmolens vaak stiller zijn dan kleinere windmolens.

 

Daarnaast draaien grotere windmolens aanzienlijk rustiger rond dan kleinere windmolens. Dat zorgt voor een rustiger beeld. 

In de wetgeving zijn geen minimale afstanden tussen windmolens en bijvoorbeeld woningen opgenomen. De afstand tot woningen wordt bepaald aan de hand van de normen voor bijvoorbeeld geluid, slagschaduw en veiligheid. Er moet worden voldaan aan deze en andere normen. Als de ontwikkeling van de windmolens verder kan gaan, wordt onderzocht waar rondom de beoogde windmolens deze normen voor bijvoorbeeld geluid en slagschaduw liggen. Dat gebeurt op basis van grondige berekeningen van de verwachte uitstraling (geluid- en slagschaduwproductie bijvoorbeeld) van de windmolens. Aan de hand daarvan wordt duidelijk tot op welke afstand windmolens kunnen staan ten opzichte van woningen.

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe naar is gedaan, blijkt dit mee te vallen. Woningen worden hooguit een paar procent minder waard. Ook is uit onderzoek gebleken dat dit effect tijdelijk kan zijn, dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt.

 

De waarde van een huis hangt van veel factoren af. Dat zegt onder meer de NVM, vereniging van makelaars. Bij de taxatie van een woning hangt de uitkomst af van de staat van onderhoud, grootte van het huis en perceel, de indeling, constructie, de gebruikte materialen, hoe energiezuinig het is, het bestemmingsplan, grondrechten, de marktsituatie op dat moment en inderdaad ook de ligging en omgeving van het huis. 

 

Uiteraard kan een windmolen invloed hebben. Net zoals wegen, bedrijven of een buurman die een extra schuur bouwt. Bovendien is de kans groot dat over een paar jaar veel mensen relatief in de buurt van een windmolen wonen. Dat is het gevolg van de broodnodige omschakeling naar schone energie uit onder meer windmolens. Er ontstaat een nieuwe realiteit en ook dat weegt mee in uiteindelijke bepaling van de woningwaarde. 

De sterfte van vogels door windmolens is zeer gering vergeleken met andere doodsoorzaken (katten, verkeer, ramen, landbouw, jacht, hoogspanningsleidingen). Toch kunnen vogels sterven door windmolens, net als bijvoorbeeld vleermuizen. Daarom is bij elk initiatief voor windmolens goed onderzoek verplicht. Daarbij wordt met name gekeken hoeveel extra sterfte van dieren er te verwachten is, of dit gevolgen heeft voor de instandhouding van de populatie en of er maatregelen nodig of mogelijk zijn. 

Stroom opwekken met windmolens is vooralsnog duurder dan met bijvoorbeeld een kolencentrale. Om de productie van duurzame elektriciteit te stimuleren, verstrekt de Nederlandse overheid subsidie aan exploitanten van windmolens. Deze SDE+-subsidie vergoedt het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de opbrengst van grijze energie uit kolen- en gascentrales. Zo kunnen windmoleneigenaren hun gemaakte kosten terugverdienen, maar tegelijkertijd hun stroom met een concurrerende prijs aanbieden aan consumenten.

 

Deze SDE+-subsidie daalt elk jaar. De Rijksoverheid kijkt naar de ontwikkelingen in de markt en door innovaties worden windmolens steeds groter en efficiënter. Daardoor daalt de kostprijs van windenergie en besluit de overheid vervolgens de SDE+-subsidie te verlagen. Zo worden exploitanten van onder andere windmolens gestimuleerd steeds efficiënter te werken en hun kostprijs te verlagen. Overigens zijn windmolens - ook windmolens in Twente - één van de goedkoopste vormen van duurzame energie. Voor grote velden met zonnepanelen is bijvoorbeeld tientallen procenten meer subsidie nodig om de kosten te dekken. Uit berekeningen blijkt dat dit verschil nog jaren zal blijven bestaan. Uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA blijkt dat windmolens op land in 2025 zonder subsidie kunnen. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden. 

 

Mensen die kritisch zijn op 'Wind voor Buren' stellen dat het niet hard genoeg waait in Twente voor windmolens en dat dit wordt gecompenseerd door subsidie. Dat is niet waar. De subsidie wordt pas achteraf uitgekeerd, over de stroom die de windmolens daadwerkelijk hebben opgewekt. Als er te weinig wind is, wekken de windmolens niks op en wordt er dus ook geen SDE+-subsidie uitgekeerd. Bovendien wordt de subsidie verrekend met de elektriciteitsprijs: als de elektriciteitsprijs hoger is, krijgen exploitanten van windmolens minder subsidie per opgewekte kilowattuur (kWh). De verwachting is dat de SDE+-subsidie de komende jaren verder daalt en waarschijnlijk zelfs verdwijnt - ook voor windmolens in dit deel van het land. Ook is een verwachting dat de elektriciteitsprijs zal stijgen, al blijft dat lastig te voorspellen. Indien dat gebeurt, is er dus nog minder subsidie nodig.
Voordat de windmolens worden geplaatst, worden er eerst windmetingen gedaan op de beoogde locaties. Aan de hand daarvan is de te verwachten opbrengst van de windmolens goed te berekenen. Als daaruit blijkt dat het hier niet hard genoeg waait, zal geen bank of andere financier deze windmolens financieren en komen er dus geen windmolens. De subsidie die pas achteraf wordt uitgekeerd, verandert daar niets aan.

 

Als bedrijven die stroom maken uit kolen en gas ook zouden opdraaien voor de schade die hun CO2- uitstoot veroorzaakt, zou windenergie de goedkoopste vorm van elektriciteit zijn. De CO2-uitstoot van kolen en gas zorgt namelijk voor klimaatverandering. Het kost miljarden om Nederland aan te passen aan onder andere de hogere zeespiegel en hardere regenbuien als gevolg van klimaatverandering. Ook zorgt verbranding van kolen en gas voor luchtverontreiniging en daardoor voor gezondheidsklachten. Deze maatschappelijke kosten neemt de samenleving als geheel nu voor haar rekening en niet de energiebedrijven die deze schade veroorzaken. 

Als er moderne windmolens worden geplaatst met een tiphoogte van circa 200 meter, komen er lampen op de windmolens. Dit is verplicht om de windmolens ook 's nachts zichtbaar te maken voor vliegtuigen. Maar deze rode lampen zullen 's nachts niet knipperen.

De lampen zijn verplicht vanwege de luchtvaartveiligheid. Windmolens zijn hoog en om zeker te weten dat piloten de windmolens ook in het donker kunnen zien, moeten er lampen op worden bevestigd.

Vroeger moesten deze lampen 's nachts knipperen, maar dat hoeft inmiddels niet meer. Doordat omwonenden aangaven de knipperende lampen hinderlijk te vinden, is er gezocht naar minder hinderlijke obstakelverlichting, zoals de lampen formeel heten. Dat heeft ervoor gezorgd dat de lampen niet meer knipperen, maar vastbrandend mogen zijn. Daarnaast mogen de lampen bij helder weer worden gedimd. Hoe helderder het weer, hoe verder de lampen mogen worden gedimd. Als het weer helder genoeg is, mogen de lampen tot 10 procent van hun gebruikelijke sterkte worden gedimd (dus een reductie van 90 procent van de lichtsterkte).

 

Daarnaast gaat de zoektocht naar obstakelverlichting die nog minder hinder veroorzaakt volop door. Zo wordt bij Windpark Krammer in Zeeland een test gedaan met radar. De lampen op deze windmolens staan altijd uit en gaan alleen aan als een radar op de windmolen een vliegtuig in de buurt detecteert. Meer daarover kunt u hier lezen.

Hoewel dit af en toe wordt beweerd, is hier geen bewijs voor. Zo was bijvoorbeeld 2016 een slecht windjaar. Het KNMI was daarover stellig: dat is toeval.

En daar staat tegenover dat 2015 juist een erg goed windjaar was. Ook op de lange termijn is er volgens het KNMI geen zicht op lagere windsnelheden als gevolg van klimaatverandering.

Over de gemeten afgenomen windsnelheid zegt het KNMI dit: “Boven land zien we sinds de jaren zestig een gestage afname van de windsnelheid en het aantal stormen. Dit lijkt vooralsnog vooral een gevolg van de toenemende bebouwing in Nederland. Hoe meer bebouwing hoe ruwer het landoppervlak en hoe meer de wind afgeremd wordt. Langs de kust daalt de gemeten windsnelheid niet sinds de jaren zestig.”

Hogere windmolens hebben hier nauwelijks last van, want hoger in de lucht wordt de wind veel minder beïnvloed door de toenemende bebouwing. 

Ja, in principe wel. Maar een molen staat ook wel eens stil. Bijvoorbeeld voor onderhoud of als het niet waait. Dit laatste komt beperkt voor. Moderne windmolens hebben erg weinig wind nodig om toch te draaien en elektriciteit op te wekken. Een molen wordt ook wel eens stilgezet om slagschaduw op nabijgelegen woningen te voorkomen (bij een bepaalde stand van de zon).

Meer over hoe een windmolen werkt, kunt u hier lezen.
Hoe wordt een windmolen gebouwd? Klik hier om daarover een filmpje te zien.
De website Energieopwek laat 'live' zien hoeveel duurzame energie er in Nederland wordt opgewekt en uit welke bronnen deze energie komt. Klik hier om deze website te bezoeken.
In het tv-programma 'Zondag met Lubach' van 4 februari 2018 is aandacht besteed aan groene stroom. Hieruit blijkt dat veel Nederlanders op papier thuis groene stroom hebben, maar dat in de praktijk dit vaak toch niet zo is. Ook laat het zien dat er nog veel meer duurzame energie moet worden opgewekt in Nederland om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Klik hier om het filmpje te bekijken. 
De Consumentenbond, Greenpeace, WISE en Natuur & Milieu onderzoeken ook elk jaar hoe duurzaam de Nederlandse energiebedrijven zijn: welke energiemaatschappij levert echt groene stroom en welke niet? Lees daar meer over op de website van de Consumentenbond. Hier is ook het onderzoeksrapport van oktober 2017 te vinden.

Zonne-energie is ook heel belangrijk om genoeg duurzame energie op te wekken. Zonder veel zonnepanelen op daken en velden vol zonnepanelen zal de energietransitie ook niet lukken. Net zoals het zonder windmolens ook niet lukt. Omdat we als samenleving zoveel energie gebruiken, moeten er veel windmolens op land én op zee komen, veel zonnepanelen, moet er aardwarmte en biomassa worden gebruikt en moet er veel energie worden bespaard. Alleen door inzet van al deze middelen kan de energietransitie slagen.

 

Daarnaast zijn windmolens in Nederland efficiënter dan zonnepanelen. Hoeveel de beoogde windmolens precies zullen opwekken, valt nu nog niet exact te zeggen. Dat hangt voor een groot deel af van het uiteindelijke type windmolen en de grootte. Dat is nu nog niet exact bekend. Maar een reële verwachting is dat twee moderne windmolens samen per jaar zeker 20 miljoen kilowattuur (kWh) opwekken. Afhankelijk van het formaat en het type kan dit oplopen tot 30 miljoen kWh per jaar. Om met zonnepanelen evenveel stroom op te wekken, is er ongeveer 20 tot 30 hectare aan zonnepanelen nodig. Dat zijn circa 30 tot 40 voetbalvelden vol zonnepanelen. 

 

De initiatiefnemers van Wind voor Buren zijn ook allemaal vóór gebruik van zonne-energie. Annemarie en Bert Kristen hebben 250 zonnepanelen op hun stal en schuren liggen. Stichting Borne Energie heeft in Borne een postcoderoos met zonnepanelen gerealiseerd op de Carnahal. Omwonenden van deze zonnepanelen kunnen de stroom die hiermee wordt opgewekt, gebruiken. Duurzaam energiebedrijf Pure Energie realiseert grote zonneparken en verkoopt zonnepanelen aan particulieren.

 

Bovendien vullen zon en wind elkaar juist goed aan. In de zomer schijnt de zon harder en waait het vaak zachter. Dan wekken zonnepanelen veel op. In de winter waait het harder en schijnt de zon minder. Dan wekken windmolens juist veel op. Door wind en zon te combineren, ontstaat er zo ook meer stabiliteit op het elektriciteitsnet.

Een korte filmpje van Natuur & Milieu waarin antwoord wordt gegeven op tien vragen over windmolens. Dat zijn vragen zoals hoeveel zonnepanelen er nodig zijn om evenveel te produceren als een windmolen.
Natuur & Milieu beantwoordt op de eigen website ook veel vragen over windmolens. Klik daarvoor hier.
De Nederlandse overheid heeft een website gemaakt met veel informatie over windmolens op land. Klik daarvoor hier.

 

Factcheckers en 'mythes' over windmolens

 Onafhankelijk medium De Correspondent heeft factcheckers over windmolens gemaakt:

Over gezondheid van omwonenden.
Over toerisme en windmolens.
Helpen windmolens het klimaat?
Over de subsidie van windmolens.

 

De website www.wattisduurzaam.nl heeft een factcheck over duurzame energie gemaakt. Klik daarvoor hier.
Natuur & Milieu gaat in op 'mythes' over duurzame energie. Klik daarvoor hier.
Greenpeace heeft een aantal redenen waarom deze organisatie positief staat tegenover windmolens. Klik daarvoor hier.

 

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staat ook meer informatie over onder meer de regels die gelden voor windmolens met betrekking tot onder andere geluid, slagschaduw en veiligheid.

 

De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) behartigt de belangen van windenergie. In de NWEA werken alle organisaties en bedrijven die in Nederland actief zijn op het gebied van windenergie samen.

Over het proces en de procedure

De huidige stand van zaken kunt u altijd op deze pagina lezen.

Ja, dat kan zeker. Dit idee willen wij in nauw contact met de buurt uitvoeren. Dat betekent in eerste instantie in een zo vroeg mogelijk stadium omwonenden en andere belanghebbenden uitnodigen om erbij betrokken te zijn. We staan open voor vragen, opmerkingen en suggesties. Sinds november 2017 hebben wij zoveel mogelijk omwonenden en maatschappelijke organisaties geïnformeerd over ons idee en zijn we daarmee in gesprek gegaan. Dat was een eerste stap.

Er is nog geen uitgewerkt plan. We willen ons plan concretiseren in samenspraak met de omgeving. Daarvoor hebben we een idee. Er moeten nog veel onderzoeken worden gedaan om duidelijk te maken of twee windmolens op deze plekken echt haalbaar zijn. Ons idee is om twee werkgroepen in te richten waarin omwonenden en maatschappelijke organisaties een plek krijgen. Daarin bespreken we dan de onderzoeken: wat en hoe wordt er onderzocht, wat zijn vragen die volgens omwonenden of organisaties moeten worden beantwoord, wat zijn de uitkomsten van de onderzoeken en wat betekenen deze uitkomsten voor bijvoorbeeld omwonenden? 

Ook willen we een werkgroep inrichten voor financiële participatie. Het idee is dat via stichting Borne Energie mensen uit de omgeving mede-eigenaar kunnen worden van de windmolens. Dat moet wel georganiseerd worden. Er zijn mensen die al hebben aangegeven te willen mee-investeren in de windmolens. In die werkgroep kan worden bedacht wat een goed model daarvoor kan zijn.

 

De uitgebreidere opzet voor deze werkgroepen kunt u hier lezen. Wij nodigen iedereen uit de omgeving uit om deze opzet te lezen en eventueel opmerkingen, suggesties of vragen aan ons door te geven.
We hebben in elk geval twee concrete vragen aan de omgeving hierover:

  • Wat vindt u van deze opzet voor werkgroepen?
  • Stel dat deze aanpak met de werkgroepen u aanspreekt, zou u dan eventueel willen plaatsnemen in een werkgroep?

 

Voordat we aan deze onderzoeken beginnen, willen we eerst in de omgeving toetsen hoe erover deze opzet wordt gedacht. Dat is wat wij de komende tijd doen. Als u hiervan op de hoogte wil blijven, kunt u zich hier aanmelden voor onze nieuwsbrief. U kunt zich altijd weer afmelden voor onze nieuwsbrief.

Dat is nog niet bekend. Om windmolens te kunnen bouwen, is er uiteindelijk een vergunning nodig. Die vragen wij nu nog niet aan. Er lopen nog geen formele procedures.

We vinden het belangrijk om vanaf het begin open te zijn over het feit dat wij dit idee voor windmolens hebben. Daarom hebben we, ondanks dat we nog geen gedetailleerd plan hebben, geprobeerd zoveel mogelijk mensen te informeren. Dat is gebeurd via onder meer de brieven die huis aan huis zijn bezorgd en de inloopbijeenkomst bij café Platenkamp in november 2017. Hoe we daarna verder gaan, hadden we niet uitgewerkt. We hebben eerst veel gesprekken gevoerd met de omgeving en op basis daarvan hebben we een opzet voor een goed proces en een goede procedure bedacht. We willen eerst die opzet bekend maken in de omgeving, voordat er een formele procedure begint. Wij zullen het ook zeker melden via deze website en onze nieuwsbrief als er een volgende stap wordt gezet.

Over participatie

Dit betekent dat mensen, bedrijven en maatschappelijke organisaties uit de omgeving financieel kunnen meedoen in de windmolens. Het idee hierachter is dat zij die de windmolens in hun leefomgeving krijgen zo ook delen in de lusten van de windmolens. Als initiatiefnemers van Wind voor Buren vinden wij dit een belangrijk element en wij willen dit dan ook zeker onderdeel laten zijn van het uiteindelijke plan.

 

Meedoen via Buren Energie
Om te zorgen dat de omgeving financieel kan participeren, is stichting Borne Energie vanaf het begin bij ‘Wind voor Buren’ betrokken. Borne Energie heeft hiervoor een speciale coöperatie opgericht: Buren Energie. Het doel is dat één van de twee beoogde windmolens eigendom wordt van deze coöperatie. Inwoners, bedrijven en organisaties kunnen lid worden van de coöperatie en bepalen zelf hoeveel zij mee-investeren. Zo worden zij mede-eigenaar van deze windmolen. Daarnaast kan de coöperatie met de inkomsten uit de windmolen nieuwe projecten in de omgeving beginnen. Besluiten hierover worden genomen door de leden van de coöperatie, tijdens de ledenvergaderingen.
Coöperatie Buren Energie houdt niet vast aan gemeentegrenzen. Zo is het bijvoorbeeld voor inwoners van zowel de gemeente Hof van Twente, Borne als Hengelo mogelijk om deel te nemen.

 

Hoe werkt een energiecoöperatie?
Om een windmolen te kunnen bouwen, is geld nodig. Om geld te kunnen lenen bij bijvoorbeeld een bank, is ook eigen vermogen nodig. Een coöperatie krijgt dat eigen vermogen doordat alle leden iets bijdragen. Vervolgens krijgen de leden het bedrag dat zij hebben geïnvesteerd terugbetaald, met daarop een rendement dankzij de windmolen die stroom opwekt. Zo wordt het aantrekkelijk om mee te investeren in een windmolen. Het kan zijn dat de windmolen in een jaar meer opwekt dan nodig is om de leden die hebben geïnvesteerd terug te betalen. De leden van de coöperatie beslissen met elkaar wat zij met dit geld doen: verhogen zij hiermee het rendement op de individuele leningen van de leden of gebruiken zij dit geld om andere (duurzame) initiatieven in hun omgeving te starten? De leden van de coöperatie kunnen uiteraard ook stroom afnemen van hun eigen windmolen.

 

Omgevingsfonds
Daarnaast komt er een omgevingsfonds dat wordt gevuld met opbrengsten uit de windmolens. Er wordt 0,50 euro per opgewekte megawattuur (MWh = 1000 kWh) in het omgevingsfonds gestort, voor een periode van 15 jaar lang. Wat er met dit geld gebeurt, wordt ook in samenspraak met de omgeving bepaald.

De inschatting is dat de twee beoogde windmolens van ‘Wind voor Buren’ per stuk 10.000 MWh tot 15.000 MWh per jaar kunnen opwekken. Dat is dus samen 20.000 MWh tot 30.000 MWh per jaar. De opbrengt is afhankelijk van het uiteindelijke type windmolen en de exacte afmetingen. Bij 0,50 euro per opgewekte MWh betekent dit dat er 10.000 tot 15.000 euro per jaar beschikbaar is voor dit omgevingsfonds.

© Wind voor Buren