Hier vindt u veelgestelde vragen over Wind voor Buren en over windenergie in het algemeen. Mist u een vraag? Stel deze dan via info@windvoorburen.nl.

Over Wind voor Buren

Wie zijn de initiatiefnemers van Wind voor Buren?

De eerste initiatiefnemers van Wind voor Buren zijn Annemarie en Bert Kristen. Samen met coöperatie Buren Energie en duurzaam energiebedrijf Pure Energie werken zij aan dit idee voor twee windmolens nabij de boerderij van Annemarie en Bert. Daardoor zijn deze drie partijen nu samen de initiatiefnemers van Wind voor Buren.

 

Namens coöperatie Buren Energie zijn Joris van Dijk en Siward Zomer hier bij betrokken.
Namens Pure Energie zijn Jelle de Waart en Matthijs Oppenhuizen hier bij betrokken.

 

Meer over het ontstaan van Wind voor Buren en de motivatie hiervoor leest u hier.

Om hoeveel windmolens gaat het?

Het idee bestaat uit twee windmolens nabij de boerderij van Annemarie en Bert Kristen.

Wat zijn de beoogde plekken van de windmolens?

De twee windmolens zijn beoogd op agrarische gronden van de familie Kristen langs knooppunt Buren in de snelwegen A1/A35, ter hoogte van Borne. De beoogde locaties liggen in de gemeente Hof van Twente. Hieronder zit u een plattegrond met de beoogde posities met stippen aangegeven.

Belangrijk: op de locatie van de westelijke windmolen (links op de plattegrond, richting Azelo) ziet u hieronder twee cirkels (groen en blauw) staan. Dit zijn mogelijke posities, waaruit de meest geschikte positie gekozen moet worden. Voor deze windmolen lijken in beginsel twee posities binnen de beschikbare percelen in dat gebied geschikt. Vooralsnog gaan we uit van de positie van de groene cirkel. Deze lijkt vanuit technisch oogpunt het meest geschikt en deze keuze is ook mede gemaakt op basis van het participatieproces dat is doorlopen. Omwonenden geven aan het geluid van de windmolens een belangrijk aandachtspunt te vinden. Door te kiezen voor de positie van de linker groene cirkel staat deze windmolen op grotere afstand van Borne. Daardoor is het geluid dat deze windmolen bij de woningen in Borne produceert ook lager dan op de blauwe positie. 

 

2020 08 30 Plattegrondoverzicht

Zijn er ook visualisaties van de beoogde windmolens te zien?

Visualisaties van tiphoogte 170 meter en tiphoogte 231 meter
Tijdens het participatieproces (doorlopen in 2020 en 2021) ging het onder andere over landschap. Voor de twee windmolens is een zogeheten landschappelijke effectbeoordeling gemaakt. Klik hier om deze beoordeling te lezen. Onderdeel hiervan zijn visualisaties van de windmolens. Klik hier om deze visualisaties te zien. Het zijn visualisaties van windmolens met een tiphoogte van 170 meter (de minimale variant) en met een tiphoogte van 231 meter (de maximale variant). Klik hier voor een illustratie die toelicht wat de begrippen ashoogte, rotordiameter en tiphoogte inhouden. Deze visualisaties zijn gemaakt met behulp van het programma Windplanner.

 

Visualisaties van tiphoogte van 210 meter
Bij het bekendmaken van ons idee voor deze windmolens eind 2017 hebben we ook visualisaties gemaakt met Windplanner. Deze visualisaties staan hieronder. Hierin hebben de windmolens een tiphoogte 210 meter. De straatnaam of straatnamen geven aan vanaf welk punt er naar de windmolens wordt gekeken in die visualisatie. De afstanden die erbij staan, zijn de afstanden tot de windmolen die het verst weg staat vanaf dat punt en de windmolen die het dichtstbij staat. Als er één afstand staat, staan de windmolens op gelijke afstand of is er één windmolen te zien in de visualisatie.

 

Windmolens veranderen het landschap. Daarover heeft landschapsarchitect Dirk Sijmons een interessante visie. Lees meer daarover in dit interview met hem bij De Correspondent.

 

1. Snelweg (rijdend van Azelo in de richting van Hengelo), 500 - 900 meter.
2. Kruising Seringenstraat / Twickelerblokweg in Borne, 700 - 950 meter.
3. Clematishof in Borne, 800 - 1000 meter.
4. Wingerdstraat in Borne, 1000 - 1200 meter.
5. Kerkedennen in Borne, 680 - 900 meter.
6. Kerkedennen in Borne, 780 - 830 meter (deze visualisatie laat het effect van bomen in het blad op de zichtbaarheid zien).
7. Kruispunt Deldensestraat / Dreef / Wilhelminastraat in Borne, 1300 meter.
8. Kruising Deldensestraat / Julianastraat in Borne, 1100 meter.
9. Kruising Deldensestraat / Seringenstraat in Borne, 1000 meter.
10. Kruising Veldovenweg / Kollergang in Borne, 800 - 830 meter.
11. Veldovenweg in Borne, 650 - 740 meter.
12. Kruising Steenbakkersweg / Leemweg in Borne, 660 - 850 meter.
13. De Enk in Borne, 1400 meter.
14. Kruising Burenweg / Schildsweg in Hengelo, 690 - 1100 meter.
15. Veldweg in Ambt Delden, 540 - 950 meter.
16. Voetpad van Delden naar Borne in Ambt Delden, 160 - 570 meter.
17. Veldweg in Ambt Delden, 390 meter.
18. Kruispunt Veldweg / Deldensestraat in Ambt Delden, 310 meter.
19. Meijerinksveldkampweg in Ambt Delden, 1100 - 1600 meter.
20. Twickelerlaan (staand voor kasteel Twickel) in Ambt Delden, 2500 meter.
21. Lage Eschweg in Ambt Delden, 2800 - 2900 meter.
22. Bornsestraat in Ambt Delden (ter hoogte van de ijsbaan), 1700 - 1800 meter (om het effect van bomen te illustreren).
23. Watermolen Noordmolen in Ambt Delden, 1600 meter.
24. Skyline van Borne, gezien vanaf Erve Wieldijk in Borne, circa 2700 meter.

Zijn deze beoogde locaties geschikt voor windmolens?

Om te bepalen of een locatie geschikt is voor windmolens, wordt in beginsel een aantal vuistregels gevolgd, zoals afstand tot woningen en gasleidingen. De inschatting aan de hand van deze vuistregels is dat hier windmolens technisch mogelijk zijn. In dit document leest u welke vuistregels dat zijn. Of de locaties definitief geschikt zijn voor windmolens, moet nader onderzoek uitwijzen. Tijdens het participatieproces in 2020 en 2021 zijn veel van deze onderzoeken gedaan. De uitkomst daarvan is tot nu toe dat deze locaties technisch geschikt zijn. Wel is op enkele punten nog vervolgonderzoek nodig. De uitgevoerde onderzoeken vindt u op deze pagina

Hoeveel elektriciteit kunnen deze windmolens opwekken?

Hoeveel de beoogde windmolens precies opwekken, is nu nog lastig te zeggen. Dat hangt voor een groot deel af van het uiteindelijke type windmolen en de grootte. Dat is nu nog niet exact bekend. Ook wordt, voordat er windmolens worden geplaatst, goed in beeld gebracht hoe hard het waait. Een dergelijke windmeting is reeds uitgevoerd, daar leest u hier meer over.

 

Om nu al wel een indruk te krijgen wat de windmolens kunnen opwekken, is er een opbrengstenstudie gemaakt. De conclusie hieruit is dat twee moderne windmolens op deze locatie samen circa 33,7 miljoen kWh per jaar kunnen opwekken. In de opbrengstenstudie is gerekend met een windmolen van het merk Vestas en het type V150. Deze heeft een ashoogte van 135 meter en een rotordiameter van 150 meter. De tiphoogte is daarmee 210 meter. Om met zonnepanelen evenveel stroom op te wekken, is er ongeveer 33 hectare aan zonnepanelen nodig. De volledige opbrengstenstudie leest u hier.

 

In 2019 werd in de gemeente Hof van Twente bijna 170 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee circa 19 procent van het elektriciteitsgebruik in Hof van Twente. 


In 2019 werd in de gemeente Borne ruim 63 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee bijna 53 procent van het elektriciteitsgebruik in Borne.

Hoe hoog worden de windmolens?

Dat is op dit moment nog niet exact bekend. De exacte hoogte wordt pas bepaald in een later stadium, als er wordt gekozen voor de specifiek type windmolen. We werken daarom nu met een zogeheten bandbreedte: minimale en maximale afmetingen van de beoogde windmolens. Die bandbreedte is:

  • Ashoogte: minimaal 110 meter en maximaal 150 meter
  • Rotordiameter: minimaal 120 meter en maximaal 162 meter
  • Tiphoogte: minimaal 170 meter en maximaal 231 meter

Hieronder staat een afbeelding die termen als ashoogte en rotordiameter toelicht (tekst loopt door onder de afbeelding):

 

Kernbegrippen Windmolens Pure Energie Verkleind v3

 

Waarom een bandbreedte?
De reden om te werken met een bandbreedte heeft te maken met het proces nádat een vergunning is verleend. Als het zover komt dat een vergunning voor de windmolens wordt verleend, begint daarna de selectieprocedure voor een specifiek te realiseren type windmolen. Er zijn verschillende types windmolens van verschillende fabrikanten beschikbaar. De eis aan het uiteindelijke type is dat deze voldoet aan de voorwaarden in de vergunning, waaronder de vastgelegde afmetingen. Uit de aangeboden types wordt dan uiteindelijk een keuze gemaakt. Dit proces kan al gauw één tot twee jaar duren. In de tussentijd kunnen er nieuwe types op de markt komen die beter presteren op het gebied van bijvoorbeeld productie, geluid, kosten of garanties. Als dan in de vergunning al een bepaald type is gekozen, is het niet meer mogelijk te kiezen voor een nieuw, beter type windmolen. Ook is het risico groot dat een bepaald type windmolen op den duur niet meer leverbaar is, omdat deze verouderd is. Als dan al wel in de vergunning is vastgelegd dat dit type moet worden gekozen, is dat voor de initiatiefnemers een groot probleem.

 

In de onderzoeken die de onderbouwing vormen voor de vergunningaanvraag wordt daarom vaak met een ‘worst case-scenario’ gewerkt. Er wordt onderzocht wat de maximale effecten op de omgeving kunnen zijn. Zo wordt vastgesteld wat de maximale effecten zijn zodat deze voorafgaand aan de definitieve selectie van een type al wel bekend zijn. Verder moet er, als er een specifiek type is gekozen, nogmaals een onderzoek naar geluid, slagschaduw en veiligheid worden gedaan met specifiek dat type om te zeker te weten dat de windmolen aan de normen en regels voldoet.

 

Waarom zo hoog?
De reden dat windmolens overal in de wereld, en dus ook in Nederland hoger worden, heeft vooral te maken met de inzet om tegen de laagst mogelijke kosten duurzame energie te produceren. Onder meer het steeds verlagen van de SDE++-subsidie stimuleert deze ontwikkeling. Dat is de subsidie die wordt verleend aan windmolens, zonneparken en andere vormen van duurzame energie. Meer over de SDE++ leest u hier.

 

Deze subsidie is nu nog nodig voor windmolens en andere vormen van duurzame energie. De kostprijs (wat kost het om een kilowattuur te produceren?) van duurzame energie is op dit moment hoger dan de kostprijs van energie uit fossiele bronnen zoals steenkool en gas. De overheid wil de productie van duurzame energie stimuleren en verstrekt daarom een subsidie: de SDE++.

 

De SDE++ vergoedt het verschil tussen de opbrengst van een kilowattuur (kWh) grijze stroom (de prijs die op de elektriciteitsmarkt wordt betaald voor een kWh) en de kostprijs van een kWh groene stroom. Zo kunnen exploitanten van windmolens en andere vormen van duurzame energie concurreren met energie uit fossiele bronnen. De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar toegekend.

 

De inzet van de overheid is dat de SDE++ het exploiteren van de meest rendabele technologie mogelijk maakt. Omdat de ontwikkelingen hierin snel gaan, daalt de SDE++ jaarlijks flink. De subsidie die exploitanten van windmolens per kWh krijgen, wordt dus steeds minder. Om te zorgen dat de windmolens rendabel zijn, moet de kostprijs van een kWh duurzame energie omlaag. Daarvoor zijn grotere windmolens nodig die efficiënter produceren. Een grotere windmolen is weliswaar duurder in aanschaf, maar doordat deze veel meer stroom produceert, zijn de kosten per kWh veel lager. Als de wieken twee keer zolang worden, wekt een windmolen vier keer zoveel op. Op grotere hoogte waait het bovendien harder, daardoor produceert een hogere windmolen ook meer energie. De kosten kunnen over veel meer kWh worden uitgesmeerd. Daardoor kunnen de windmolens financieel uit met minder subsidie per kWh. En tegelijkertijd zijn kleinere windmolens met een hogere kostprijs per kWh dus niet meer mogelijk.

 

De hoeveelheid subsidie per kWh is de afgelopen jaren met tientallen procenten gedaald. Alleen de modernste windmolens met grote afmetingen zijn nog rendabel. Op verschillende plekken in het land zijn inmiddels windmolens gebouwd met tiphoogtes van ruim 200 meter. Dat is ‘het nieuwe normaal’ als het gaat om windmolens. Alleen deze afmetingen zijn nog rendabel.

 

Verder hebben we gekeken naar de locatie voor Wind voor Buren en ingeschat of er voldoende ruimte is voor grote windmolens. Verder is gekeken welke types windmolens inmiddels beschikbaar zijn. Zo is de bandbreedte voor de windmolens bepaald. 

Hoe blijf ik op de hoogte?

We proberen deze website zo actueel en volledig mogelijk te houden, zodat iedereen die wil op de hoogte kan blijven. Daarnaast versturen wij nieuwsbrieven over de ontwikkelingen rond ons idee. U kunt zich onderaan deze pagina aanmelden voor deze nieuwsbrief. U kunt zich altijd weer uitschrijven voor deze nieuwsbrief.

Mocht u informatie missen of vragen hebben, dan kunt u ook contact met ons opnemen via info@windvoorburen.nl 

Over het proces en de procedure

Wat is de stand van zaken?

De huidige stand van zaken kunt u altijd op deze pagina lezen.

Kan ik betrokken zijn bij het vormgeven van dit idee?

Ja, dat kan. We zijn ermee begonnen om in een zo vroeg mogelijk stadium omwonenden en andere belanghebbenden uit te te nodigen om betrokken te zijn bij dit initiatief. We staan open voor vragen, opmerkingen en suggesties. Sinds november 2017 hebben wij zoveel mogelijk omwonenden en maatschappelijke organisaties geïnformeerd over ons idee en zijn we daarmee in gesprek gegaan. Dat was een eerste stap.

 

Er is nog geen uitgewerkt plan. We willen de omgeving betrekken bij het maken van een concreet plan. Daarvoor hebben we een participatieproces bedacht en dat wordt momenteel uitgevoerd. Meer over de stand van zaken hierover leest u hier.

 

Verder kan de omgeving mede-eigenaar worden. Het doel is dat één van de twee beoogde windmolens eigendom wordt van coöperatie Buren Energie. Inwoners kunnen lid worden van de coöperatie, mee-investeren en zijn zo mede-eigenaar van de windmolen. Met elkaar bepalen zij dan ook hoe ze inkomsten vanuit de coöperatieve windmolen besteden. Wie hierin interesse heeft, kan zich melden bij Buren Energie via de website van de coöperatie

 

Mocht u vragen, opmerkingen of suggesties hebben, dan kunt u ons bereiken op info@windvoorburen.nl

 

Als u op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen van Wind voor Buren, kunt u zich onderaan deze pagina aanmelden voor onze nieuwsbrief. U kunt zich altijd weer afmelden voor onze nieuwsbrief.

Welke ruimtelijke procedures worden er gevolgd?

Dat is nog niet bekend. Om windmolens te kunnen bouwen, is er uiteindelijk een vergunning nodig. Die vragen wij nu nog niet aan. Er lopen nog geen formele ruimtelijke procedures. Als hier meer duidelijkheid over is, melden we dat via onze website en nieuwsbrief.

Over participatie

Wat betekent financiële participatie?

Dit betekent dat mensen, bedrijven en maatschappelijke organisaties uit de omgeving financieel kunnen meedoen in de windmolens. Het idee hierachter is dat zij die de windmolens in hun leefomgeving krijgen zo ook delen in de lusten van de windmolens. Als initiatiefnemers van Wind voor Buren vinden wij dit een belangrijk element en wij willen dit dan ook zeker onderdeel laten zijn van het uiteindelijke plan.

 

Meedoen via energiecoöperatie Buren Energie
Het doel is dat één van de twee beoogde windmolens eigendom wordt van energiecoöperatie Buren Energie. Inwoners kunnen lid worden van de coöperatie, mee-investeren en zijn zo mede-eigenaar van de windmolen. Met elkaar bepalen zij dan ook hoe ze inkomsten vanuit de coöperatieve windmolen besteden. Wie hierin interesse heeft, kan zich melden bij Buren Energie via de website van de coöperatie

 

Hoe werkt een energiecoöperatie?
Om een windmolen te kunnen bouwen, is geld nodig. Om geld te kunnen lenen bij bijvoorbeeld een bank, is ook eigen vermogen nodig. Een coöperatie krijgt dat eigen vermogen doordat alle leden iets bijdragen. Vervolgens krijgen de leden op het bedrag dat zij hebben geïnvesteerd een rente uitbetaald, dankzij de inkomsten uit de windmolen die stroom opwekt. Zo wordt het aantrekkelijk om mee te investeren in een windmolen. Het kan zijn dat de windmolen in een jaar meer opwekt dan nodig is om de leden die hebben geïnvesteerd rente te betalen. De leden van de coöperatie beslissen met elkaar wat zij met dit geld doen: verhogen zij hiermee de rente aan de leden of gebruiken zij dit geld om andere (duurzame) initiatieven in hun omgeving te starten? Meer hierover leest u in dit document.

Logo Buren Energie

Omgevingsfonds
Daarnaast komt er een omgevingsfonds dat wordt gevuld met opbrengsten uit de windmolens. De bijdrage aan het fonds is 0,50 euro per opgewekte MWh (megawattuur) voor een periode van 15 jaar lang. Volgens de opbrengstenstudie kunnen twee moderne windmolens in het plangebied van Wind voor Buren 33.700 MWh per jaar opwekken. Als de uiteindelijk gerealiseerde windmolens dat in een jaar opwekken, wordt er dat jaar 16.850 euro aan het omgevingsfonds bijgedragen. 
De bijdrage aan het fonds wordt na elk jaar productie door de windmolens ter beschikking gesteld. De eerste keer dat het fonds dus wordt gevuld, is in principe na het eerste jaar dat de windmolens hebben geproduceerd.

 

Hoe dit omgevingsfonds wordt beheerd en waaraan het wordt besteed, is onderwerp van gesprek met de omgeving. Wat de initiatiefnemers van Wind voor Buren betreft wordt dit in hoofdzaak bepaald door de omgeving en is dit een goed gespreksonderwerp voor een omgevingsraad. In een omgevingsraad kunnen bijvoorbeeld omwonenden plaatsnemen en met de initiatiefnemers in overleg blijven over de vervolgstappen die worden gezet en daar kunnen besluiten worden genomen over het omgevingsfonds.

Over windenergie

Waarom zijn er windmolens nodig?

Beschikbaarheid van energie vinden we vanzelfsprekend; het licht in huis doet het altijd. Maar we staan er vaak niet bij stil dat de productie van energie uit aardgas of steenkool blijvende schade toebrengt aan ons leefmilieu. Bij de verbranding van deze brandstoffen komen namelijk schadelijke gassen vrij. Denk aan het broeikasgas CO2 dat tot verandering van ons klimaat leidt.

 

Doel 2030: 49 procent minder CO2-uitstoot
Ook raken de fossiele brandstofvoorraden op de lange termijn op. In de afgelopen jaren is de vraag naar energie dermate toegenomen dat er gezocht moet worden naar duurzame alternatieven. Internationaal is een klimaatverdrag afgesproken (‘het akkoord van Parijs’) om de uitstoot van CO2 te verminderen. Daarom is de doelstelling van de Nederlandse overheid dat in 2030 de uitstoot van CO2 met 49 procent is afgenomen. Daarvoor moet fors meer duurzame energie voor worden opgewekt. Naast zonne-energie, bio-energie en aardwarmte zijn er ook windmolens nodig. Samen met maatschappelijke organisaties heeft de Nederlandse regering het Klimaatakkoord gesloten om vaart te maken met de opwekking van duurzame energie.

 

Meer duurzaam opgewekte elektriciteit nodig
De vraag naar duurzaam opgewekte elektriciteit zal toenemen. Zo zullen veel huizen worden verwarmd door elektrische warmtepompen, komen er veel meer elektrische auto's en zullen meer (industriële) bedrijven overschakelen naar elektriciteit als belangrijke energiebron. Mede daarom worden onder andere in het Klimaatakkoord windmolens op land als noodzakelijk benoemd om het doel van 49 procent CO2-reductie in 2030 te behalen.

Het verduurzamen van de energieproductie maakt ons tevens minder afhankelijk van andere landen en vermindert daarnaast het verbruik van milieuvervuilende en schaarser en duurder wordende fossiele brandstoffen. Windmolens produceren veel duurzame energie en zijn daarom een belangrijk middel om de doelstellingen voor meer duurzame energie in Nederland te halen.

 

Regionale Energie Strategie (RES)
Om te zorgen dat er in 2030 49 procent minder CO2 wordt uitgestoten, is Nederland opgedeeld in circa dertig regio's. In Twente werken 14 gemeenten samen in deze regio, waaronder de gemeenten Hof van Twente en Borne. Deze gemeenten maken samen een Regionale Energie Strategie (RES). In deze RES beschrijven ze hoe ervoor wordt gezorgd dat er in 2030 49 procent minder CO2 wordt uitgestoten. Meer over deze RES leest u hier. Hieruit blijkt dat er meerdere maatregelen nodig zijn: zonnepanelen op daken en op land, andere bronnen om gebouwen te verwarmen en windmolens. Er zijn in Twente alleen al tientallen windmolens nodig om het doel voor 2030 te halen, zo staat in de RES. 

 

Doelstellingen Hof van Twente en Borne
Ook lokale overheden hebben doelstellingen om meer duurzame energie op te wekken en minder CO2 uit te stoten. Zo ook de gemeenten Hof van Twente en Borne:

 

Ambities/beleid gemeente Hof van Twente:

  • In 2035 is Hof van Twente energieneutraal (= evenveel energie duurzaam opwekken als er in de gemeente wordt gebruikt). Daarvoor heeft de gemeente een ‘Routekaart’ opgesteld.
  • Hof van Twente heeft een ‘Beleidsregel grootschalige duurzame energiebronnen (wind en zon)’. Daarin staat hoe initiatieven voor zonneparken en windmolens worden beoordeeld.

In het visiedocument 'Samen doen! 2018 - 2022' van de coalitie van CDA en VVD wordt ook beschreven wat de ambities en visies zijn met betrekking tot duurzame energie, waaronder windenergie.

 

Ambities/beleid gemeente Borne:

 

Uit ‘Duurzaamheidsbeleid 2017-2018’ van de gemeente Borne:

Duurzaamheidsbeleid houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Op lokaal niveau kunnen we de verantwoording nemen om een bijdrage te leveren aan de mondiale problemen. Daarvoor sluit de gemeente aan bij de ambities en doelstellingen op nationaal en regionaal niveau. De gemeente draagt actief bij aan het behalen van de nationaal en regionaal vastgestelde doelen op het gebied van duurzaamheid.

Het gaat om de volgende doelen:

  • In 2020 is in Twente de CO2-uitstoot met 25% verminderd t.o.v. 1990.
  • In 2023 komt 20% van het energiegebruik in Twente uit hernieuwbare bronnen.
  • Streven naar een energieneutrale regio in 2050.
  • In 2030 hergebruiken we in Twente 90% van ons afval.
  • In 2030 produceren we in Twente jaarlijks maximaal 50 kilo restafval per inwoner.

In het coalitieakkoord 2018-2022 en het raadsprogramma 2018-2022 van Borne worden deze ambities onderschreven.

Wekken windmolens bij knooppunt Buren wel genoeg op?

Hoeveel de beoogde windmolens precies opwekken, is nu nog lastig te zeggen. Dat hangt voor een groot deel af van het uiteindelijke type windmolen en de grootte. Dat is nu nog niet exact bekend. Ook wordt, voordat er windmolens worden geplaatst, goed in beeld gebracht hoe hard het waait. Een dergelijke windmeting is reeds uitgevoerd, daar leest u hier meer over.

 

Om nu al wel een indruk te krijgen wat de windmolens kunnen opwekken, is er een opbrengstenstudie gemaakt. De conclusie hieruit is dat twee moderne windmolens op deze locatie samen circa 33,7 miljoen kWh per jaar kunnen opwekken. In de opbrengstenstudie is gerekend met een windmolen van het merk Vestas en het type V150. Deze heeft een ashoogte van 135 meter en een rotordiameter van 150 meter. De tiphoogte is daarmee 210 meter. Om met zonnepanelen evenveel stroom op te wekken, is er ongeveer 33 hectare aan zonnepanelen nodig. De volledige opbrengstenstudie leest u hier.

 

In 2019 werd in de gemeente Hof van Twente bijna 170 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee circa 19 procent van het elektriciteitsgebruik in Hof van Twente. 


In 2019 werd in de gemeente Borne ruim 63 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee bijna 53 procent van het elektriciteitsgebruik in Borne.

Windmolens op zee wekken toch meer op?

Dat klopt. Op zee waait het harder en vaker dan op land. Maar we verbruiken in Nederland zoveel energie dat alle duurzame energiebronnen nodig zijn: windmolens op land én op zee, zonnepanelen, biomassa en mogelijk nog meer. Daarnaast moet er veel minder energie worden verbruikt. Al deze maatregelen zijn nodig om te zorgen dat we genoeg energie opwekken om onze huidige levenstandaard te behouden, maar dan zonder de uitstoot van CO2.

 

25.000 windmolens op zee is nog niet genoeg
Het is absoluut nodig dat er duizenden windmolens op de Noordzee komen. Maar zelfs met 25.000 windmolens op de Noordzee is het probleem nog niet opgelost. Dat staat in dit artikel. Zes Noordzee-landen (waaronder Nederland) werken in dat scenario intensief samen en plaatsen tussen nu en 2050 25.000 windmolens op de Noordzee. Dat zijn er zeker 15 per week. Als deze 25.000 windmolens er staan:

- leveren deze genoeg energie op voor een derde van het energieverbruik van deze zes landen.

- moet er nog voor een derde deel aan energie worden bespaard.

- moet er nog een derde van de energie op land worden opgewekt.

- is er bijna nog een derde waarvoor nog geen duurzame oplossing is (de industrie die veel energie nodig heeft) en waarvoor in 2050 dan nog steeds fossiele brandstoffen worden ingezet.

 

In de achterliggende rapporten achter deze visualisaties in het artikel staat ook geschetst hoe Nederland er dan uit ziet. Het betekent dat op zeer veel plekken verspreid over het land onder andere grote zonnevelden en windmolens nodig zijn. Met windmolens op zee alleen redden we het niet. In deze context is dit artikel wellicht ook interessant.

 

Minister: windmolens op land zijn nodig
Dat windmolens op land nodig zijn, is in mei 2018 ook nog eens bevestigd door minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. Kort daarvoor werd bekend dat windmolens op zee rendabeler zijn geworden. De vraag vanuit de Tweede Kamer was wat deze gunstige ontwikkelingen betekenen voor windmolens op land. Minister Wiebes reageert in een brief aan de Tweede Kamer kort, maar krachtig: windmolens op land zijn ondanks de gunstige ontwikkelingen op zee hard nodig. Het doel is dat er in 2020 enkele duizenden bij zijn gekomen op land en ook in de jaren daarna zijn windmolens op land volgens de minister nodig. U kunt de brief van de minister hier lezen.

 

Ook in Twente waait het hard genoeg
Dat het aan de kust en op zee harder waait dan in Twente, betekent niet dat het in Twente niet hard genoeg waait voor windmolens. Er staan bijvoorbeeld al windmolens in Ede, Deventer, Zutphen, Aalten, Nijmegen, ’s-Hertogenbosch en vlak over de grens in Duitsland. Dat zijn gebieden met vergelijkbare windcondities als Twente en deze windmolens wekken voldoende op. Overal in Nederland is het mogelijk om windmolens te plaatsen die voldoende energie opwekken. Wel is het dan belangrijk dan de windmolens groot genoeg zijn. Hoger in de lucht waait het harder en constanter. Als de windmolens hoger in de lucht kunnen komen met bovendien grotere wieken (meer oppervlakte om wind te vangen), neemt de opbrengst van een windmolen substantieel toe.

 

Inschatting windsnelheid bij knooppunt Buren
Om nu al wel een indruk te krijgen wat de windmolens kunnen opwekken, is er een opbrengstenstudie gemaakt. De conclusie hieruit is dat twee moderne windmolens op deze locatie samen circa 33,7 miljoen kWh per jaar kunnen opwekken. In de opbrengstenstudie is gerekend met een windmolen van het merk Vestas en het type V150. Deze heeft een ashoogte van 135 meter en een rotordiameter van 150 meter. De tiphoogte is daarmee 210 meter. De opbrengstenstudie schat de gemiddelde snelheid op ashoogte op 7,34 meter per seconde. Dit is zeker voldoende voor windmolens.

 

In 2019 werd in de gemeente Hof van Twente bijna 170 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee circa 19 procent van het elektriciteitsgebruik in Hof van Twente. 


In 2019 werd in de gemeente Borne ruim 63 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee bijna 53 procent van het elektriciteitsgebruik in Borne.

 

Daarnaast staan er vlak over de grens in Duitsland ook zeer veel windmolens. Dat illustreert nogmaals dat het zeker zinvol is om ook in het binnenland windmolens te plaatsen.

Merken omwonenden meer van grotere windmolens dan van kleinere windmolens?

Nee. Een grotere windmolen mag niet meer geluid veroorzaken op de gevel van een woning of meer slagschaduw veroorzaken dan een kleinere. De regels bepalen hoeveel geluid en slagschaduw er op de gevel van bijvoorbeeld een woning mag worden veroorzaakt. Dat blijft gelijk, ondanks het formaat van de windmolen of het aantal windmolens.

 

Een grotere, nieuwe windmolen kan bijvoorbeeld zelfs stiller zijn dan een kleinere, oude windmolen doordat de nieuwste technieken op bijvoorbeeld het gebied van geluidsreductie in die nieuwe molen zijn toegepast. Gegevens laten zien dat de grotere, moderne windmolens vaak stiller zijn dan kleinere windmolens. Daarnaast draaien grotere windmolens aanzienlijk rustiger rond dan kleinere windmolens. Dat zorgt voor een rustiger beeld. 

Dat grotere windmolens niet meer geluid maken dan kleinere, wordt ook toegelicht in deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021).

 

Geluidsonderzoek: relatief kleine, middelgrote en grote windmolen
Tijdens het participatieproces is een onderzoek gedaan naar geluid. Klik hier om dat onderzoek te lezen. De hoofdconclusie van het onderzoek is dat kan worden voldaan aan de normen voor geluid. In het onderzoek is gerekend met drie verschillende windmolens: een relatief lagere windmolen, een middelgrote windmolen en een grote windmolen. Zo wordt inzichtelijk of een grotere windmolen meer impact heeft op de omgeving als het gaat om geluid.
In het onderzoek staat ook meer informatie over de eigenschappen en werking van het geluid van windmolens, ook in relatie tot het geluid van onder andere de snelweg die langs de beoogde locaties van de windmolens loopt.

Hoe groot moet de afstand tussen een windmolen en een woning minimaal zijn?

In de wetgeving zijn geen minimale afstanden tussen windmolens en bijvoorbeeld woningen opgenomen. De afstand tot woningen wordt bepaald aan de hand van de normen voor bijvoorbeeld geluid, slagschaduw en veiligheid. Er moet worden voldaan aan deze en andere normen. Meer hierover leest u in dit document, vanaf pagina 4.

 

Er is onderzocht waar rondom de beoogde windmolens deze normen voor bijvoorbeeld geluid en slagschaduw liggen. Dat gebeurt op basis van grondige berekeningen van de verwachte uitstraling (geluid- en slagschaduwproductie bijvoorbeeld) van de windmolens. Aan de hand daarvan is duidelijk tot op welke afstand windmolens kunnen staan ten opzichte van woningen. Deze onderzoeken vindt u op deze pagina

Hoe zit het met geluid?

Veruit het meeste geluid van een windmolen wordt veroorzaakt door de luchtstroming om de draaiende wieken. Het windmolengeluid is niet constant en hangt af van de windsnelheid. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van stillere windmolens en deze ontwikkelingen gaan nog steeds door. Om geluidshinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, zijn er wettelijke normen opgesteld voor windmolens:

  1. De eerste norm voor het geluid van windmolens is Lden 47 dB (decibel). Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van geluidsgevoelige objecten zoals woningen van derden, scholen en zorgcentra mag ontstaan. Dit mag gemiddeld over een jaar niet meer dan 47 dB zijn. In het getal Lden zijn voor de avond en nacht extra toeslagen verwerkt, waardoor het werkelijke gemiddelde geluidniveau ongeveer 6 dB lager is dan Lden 47 dB. Lden staat voor day, evening, night.

     

  2. De tweede norm is Lnight 41 dB. Deze norm is specifiek voor de nacht. Dit werkt hetzelfde als de norm van Lden 47 dB, maar het verschil is dat het geluid ’s nachts buiten op de gevel dan gemiddeld over een jaar niet meer dan 41 dB mag zijn.

Een grotere windmolen mag niet meer geluid op de gevel van een woning van derden veroorzaken dan een kleinere windmolen. Ook het aantal windmolens maakt niet uit: de maximale hoeveelheid geluid die op de gevel van een woning van derden mag worden veroorzaakt, blijft ook bij meerdere windmolens maximaal Lden 47 dB.

 

Geluidsonderzoek: relatief kleine, middelgrote en grote windmolen
Tijdens het participatieproces is een onderzoek gedaan naar geluid. Klik hier om het volledige onderzoeksrapport te lezen en klik hier voor een samenvatting van het geluidsonderzoek. De hoofdconclusie van het onderzoek is dat kan worden voldaan aan de normen voor geluid. Daarnaast maakt het onderzoek inzichtelijk wat de daadwerkelijk te verwachten geluidsbelasting als gevolg van de windmolens is op de gevel van gevoelige objecten (met name woningen) in de omgeving.

 

In het onderzoek is gerekend met drie verschillende windmolens: een relatief lagere windmolen, een middelgrote windmolen en een grote windmolen. Zo wordt inzichtelijk of een grotere windmolen meer impact heeft op de omgeving als het gaat om geluid.

In het onderzoek staat ook meer informatie over de eigenschappen en werking van het geluid van windmolens, ook in relatie tot het geluid van onder andere de snelweg die langs de beoogde locaties van de windmolens loopt.

 

Hinder van geluid van windmolens?

Als het geluid op de gevel minder is dan volgens de regels maximaal mag, betekent het niet dat er kan worden gegarandeerd dat de windmolens nooit te horen zijn. Wel blijkt uit de praktijk dat de overgrote meerderheid van omwonenden met deze normen geen hinder ondervindt.

 

Uit onderzoek (dosiseffect-relaties) dat is gedaan naar het geluid van windmolens blijkt dat gemiddeld 8 procent van omwonenden binnenshuis hinder ervaart als het geluid op de gevel van de woning gelijk is aan de wettelijke norm (Lden 47 dB). Dit zijn bewoners van huizen waarbij de windmolen zoveel geluid maakt als wettelijk maximaal is toegestaan. Veel huizen staan verder weg van een windmolen waardoor de windmolen minder goed te horen is. Het aantal mensen dat hinder ervaart van het geluid wordt daardoor ook minder (volgens de dosiseffect-relatie). Het geluidsonderzoek maakt inzichtelijk wat op circa 20 adressen in de directe omgeving van Wind voor Buren de te verwachten geluidsbelasting is. De uitkomst is dat de geluidsbelasting bij veel van deze adressen (ver) onder de norm van Lden 47 dB blijft.

 

Of mensen last hebben van het geluid, is ook vaak een persoonlijke ervaring. Wie principieel tegen windmolens is of zich niet goed betrokken voelt bij het project, zal eerder de windmolens horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus hinder. Maar wie zich wel goed betrokken voelt of bijvoorbeeld via een coöperatie mede-eigenaar is, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks en ervaart ze sneller niet als hinderlijk, zo blijkt uit onderzoek. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Lees meer hierover ook in deze vraag en antwoord-rubriek van het RIVM. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dit ook nader toegelicht.

 

Werkelijke gemiddelde geluidbelasting is lager dan 47 decibel

Een vraag die met name vanwege het woord ‘gemiddeld’ bij bijvoorbeeld omwonenden van (beoogde) windmolens ontstaat, is of de geluidsnorm van jaargemiddeld Lden 47 decibel betekent dat het geluid van een windmolen bij een woning ook boven 47 decibel kan komen als het op andere momenten dan onder de 47 decibel is. Dat is niet zo.
De Lden is een theoretisch getal dat door de straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Daardoor is het maximale geluid dat op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan 47 decibel. Een belangrijke toevoeging hierbij is dat hierbij wordt uitgegaan van woningen waarbij op de gevel de maximale toegestane geluidsbelasting ontstaat. Het overgrote deel van de woningen zal buiten deze maximale grens liggen. Daarnaast is een windmolen continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windmolen niet gebeuren.

 

Waarmee kan ik het geluid van een windmolen vergelijken?

Deze illustratie vergelijkt het geluid van een windmolen met andere geluidsbronnen (tekst loopt door onder de afbeelding):

 Illustatie geluid windmolen

 

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

 

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dit ook nader toegelicht.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en in dit artikel. In dit artikel wordt meer toegelicht over het geluid van windmolens en gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden.

Hoe zit het met slagschaduw?

De norm: maximaal 5 uur en 40 minuten per jaar
Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die ontstaat als de zon tegen de wieken van de windmolen schijnt. Doordat de wieken bewegen, beweegt deze schaduw ook. Als deze bewegende schaduw over bijvoorbeeld ramen van woningen gaat, kunnen omwonenden dat als hinderlijk ervaren. In de wet zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Dat betekent dat de gevel van zogeheten gevoelige objecten – zoals woningen, scholen en zorgcentra – maximaal 5 uur en 40 minuten per gemiddeld jaar mag worden geraakt door de slagschaduw. De hoogte van de windmolen of het aantal windmolens maakt daarbij niet uit: de gevel mag maximaal 5 uur en 40 minuten per gemiddeld jaar worden geraakt door de slagschaduw.

 

Speciale software zet de windmolens stil: stilstandsvoorziening
Speciale software in de windmolens zorgt dat de windmolens automatisch worden stilgezet om te zorgen dat bijvoorbeeld woningen niet meer dan 5 uur en 40 minuten per jaar worden geraakt door de slagschaduw. Dit heet een stilstandsvoorziening. Bij deze berekeningen wordt ervan uitgegaan dat woningen gevels hebben met grote ramen. Ook wordt ervan uitgegaan dat er geen objecten zoals bomen tussen de woning en de windmolen staan. In de praktijk kunnen bijvoorbeeld bomen de slagschaduw voorkomen. Het valt heel precies te berekenen wanneer ergens slagschaduw ontstaat, aan de hand van de stand van de zon. Daardoor is dit goed te regelen en daar is inmiddels veel ervaring mee met de vele windmolens die al in Nederland staan.

 

Voorstel initiatiefnemers: maximaal 2 uur en 50 minuten slagschaduw per jaar
Tijdens het participatieproces dat in 2020 en 2021 is doorlopen, maakten omwonenden duidelijk onder andere slagschaduw een belangrijk aandachtspunt te vinden. Daarom hebben we in dit proces voorgesteld om de hoeveelheid slagschaduw bij gevoelige objecten te beperken tot 2 uur en 50 minuten. Dit is dus de helft van wat wettelijk is toegestaan. Daarvoor zetten we de windmolens dan vaker stil via de stilstandsvoorziening. 

 

Positie van de zon en tijdstip van de dag hebben veel invloed
Of slagschaduw hinderlijk is, is sterk afhankelijk van de positie van de woning ten opzichte van de windmolen. Als de windmolen bijvoorbeeld ten noorden van een woning staat, zal dat huis niet of nauwelijks worden geraakt door de slagschaduw. De zon schijnt immers nooit vanuit het noorden en kan dus een woning die ten zuiden van een windmolen staat niet raken. 
Onderstaande tekening toont in welk jaargetijde en in welk dagdeel op welke plekken rondom een windmolen slagschaduw kan ontstaan (tekst loopt door onder de afbeelding):

 

 Slagschaduw

Lees hier en hier meer over slagschaduw en de norm die daarvoor geldt.

 

Slagschaduwonderzoek Wind voor Buren
Er is een slagschaduwonderzoek gedaan voor Wind voor Buren. Dat onderzoek maakt inzichtelijk waar en hoeveel slagschaduw te verwachten is. Het complete onderzoek kunt u hier downloaden.

 

Slagschaduwcontour
Hieronder ziet u een plattegrond uit dat slagschaduwonderzoek. De rode lijn op de kaart geeft aan waar 5 uur en 40 minuten slagschaduw per jaar ontstaat. Dit is de situatie met windmolens met een ashoogte van 150 meter, een rotordiameter van 162 meter, een tiphoogte van 231 meter en de westelijke windmolen in de zuidelijke positie van de twee mogelijke posities voor deze windmolen.

 

BELANGRIJK: deze rode lijn laat zien waar 5 uur en 40 minuten slagschaduw ontstaat als er geen maatregelen worden genomen tegen slagschaduw. Er staan woningen binnen deze rode lijn. Dat betekent dat hier in potentie de norm voor slagschaduw wordt overschreden. Daarom worden de windmolens, als ze zijn gebouwd, af en toe stilgezet (de stilstandsvoorziening). Zo wordt ervoor gezorgd dat geen enkele woning in de omgeving meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw per jaar ontvangt. Veruit de meeste woningen ontvangen hierdoor minder dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw per jaar.

 

De windmolens hoeven naar verwachting niet heel vaak stil te staan om aan de norm te voldoen. Uit het slagschaduwonderzoek blijkt dat de twee windmolens samen in deze situatie per gemiddeld jaar 0,83 procent minder draaiuren maken dan als ze niet stil hoeven te staan voor slagschaduw.

 

Slagschaduwvlinder

 

Slagschaduwkalenders van 22 adressen in de omgeving
Het is mogelijk om bijvoorbeeld voor een woning in te schatten op welke dagen en welke tijden er in potentie slagschaduw kan ontstaan. Dat gebeurt via een slagschaduwkalender. Hieronder ziet u een voorbeeld van een dergelijke kalender, van het adres Twickelblokweg 145 in Borne.

 

Ook bij deze kalender is uitgegaan van windmolens met een ashoogte van 150 meter, een rotordiameter van 162 meter, een tiphoogte van 231 meter en de westelijke windmolen in de zuidelijke positie van de twee mogelijke posities voor deze windmolen. 

Ook geldt bij deze kalender dat de stilstandsvoorziening hier nog niet in is verwerkt. Deze woning krijgt dus in de praktijk minder slagschaduw dan op deze kalender staat. 

 

Toelichting op onderstaande slagschaduwkalender

- Links staan de tijden op een dag.

- Onderaan staan de maanden van het jaar.

- De groene vlekken geven aan wanneer de westelijke windmolen in potentie slagschaduw kan veroorzaken op dit adres (tussen midden oktober en midden februari, tussen 14.00 en 16.00 uur).

- De gele vlekken geven aan wanneer de oostelijke windmolen in potentie slagschaduw kan veroorzaken op dit adres (tussen midden november en eind januari, tussen 11.00 en 12.00 uur).

 

Slagschaduwkalender

 

In het slagschaduwonderzoek staan de slagschaduwkalenders van 22 adressen in de omgeving. Klik hier om deze 22 slagschaduwkalenders allemaal te zien, inclusief enkele regels tekst die beschrijven wanneer er op dat adres slagschaduw kan ontstaan. Als u meer wilt weten over slagschaduw of geïnteresseerd bent in de slagschaduwkalender voor uw adres, mail dan naar info@windvoorburen.nl.

Klopt het dat het door klimaatverandering minder hard waait?

Hoewel dit af en toe wordt beweerd, is hier geen bewijs voor. Zo was bijvoorbeeld 2016 een slecht windjaar. Het KNMI was daarover stellig: dat is toeval.

En daar staat tegenover dat 2015 juist een erg goed windjaar was. Ook op de lange termijn is er volgens het KNMI geen zicht op lagere windsnelheden als gevolg van klimaatverandering.

Over de gemeten afgenomen windsnelheid zegt het KNMI dit: “Boven land zien we sinds de jaren zestig een gestage afname van de windsnelheid en het aantal stormen. Dit lijkt vooralsnog vooral een gevolg van de toenemende bebouwing in Nederland. Hoe meer bebouwing hoe ruwer het landoppervlak en hoe meer de wind afgeremd wordt. Langs de kust daalt de gemeten windsnelheid niet sinds de jaren zestig.”

Hogere windmolens hebben hier nauwelijks last van, want hoger in de lucht wordt de wind veel minder beïnvloed door de toenemende bebouwing. 

Hoeveel duurzame energie wordt er in Nederland opgewekt?

De website Energieopwek laat 'live' zien hoeveel duurzame energie er in Nederland wordt opgewekt en uit welke bronnen deze energie komt. Klik hier om deze website te bezoeken.

Waarom windmolens en bijvoorbeeld geen zonne-energie?

Zonne-energie is ook heel belangrijk om genoeg duurzame energie op te wekken. Zonder veel zonnepanelen op daken en velden vol zonnepanelen zal de energietransitie ook niet lukken. Net zoals het zonder windmolens ook niet lukt. Omdat we als samenleving zoveel energie gebruiken, moeten er veel windmolens op land én op zee komen, veel zonnepanelen, moet er aardwarmte en biomassa worden gebruikt en moet er veel energie worden bespaard. Alleen door inzet van al deze middelen kan de energietransitie slagen. Daarnaast zijn windmolens in Nederland efficiënter dan zonnepanelen en zijn er tientallen hectares zonnepanelen nodig om evenveel op te wekken als twee moderne windmolens.

 

Hoeveel de beoogde windmolens van Wind voor Buren precies opwekken, is nu nog lastig te zeggen. Dat hangt voor een groot deel af van het uiteindelijke type windmolen en de grootte. Dat is nu nog niet exact bekend. Ook wordt, voordat er windmolens worden geplaatst, goed in beeld gebracht hoe hard het waait. Een dergelijke windmeting is al uitgevoerd, daar leest u hier meer over.

 

Om nu al wel een indruk te krijgen wat de windmolens kunnen opwekken, is er een opbrengstenstudie gemaakt. De conclusie hiervan is dat twee moderne windmolens op deze locatie samen circa 33,7 miljoen kWh per jaar kunnen opwekken. In de opbrengstenstudie is gerekend met een windmolen van het merk Vestas en het type V150. Deze heeft een ashoogte van 135 meter en een rotordiameter van 150 meter. De tiphoogte is daarmee 210 meter. 
Om met zonnepanelen evenveel stroom op te wekken, is er ongeveer 33 hectare aan zonnepanelen nodig. 

 

In 2019 werd in de gemeente Hof van Twente bijna 170 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee circa 19 procent van het elektriciteitsgebruik in Hof van Twente. 


In 2019 werd in de gemeente Borne ruim 63 miljoen kWh elektriciteit gebruikt. Als de twee beoogde windmolens samen per jaar 33,7 miljoen kWh opwekken, dekken zij daarmee bijna 53 procent van het elektriciteitsgebruik in Borne.

 

De initiatiefnemers van Wind voor Buren zijn ook allemaal vóór gebruik van zonne-energie. Zo hebben Annemarie en Bert Kristen 250 zonnepanelen op hun stal en schuren liggen, hebben bestuursleden van coöperatie Buren Energie een zonnedak gerealiseerd in Borne en realiseert duurzaam energiebedrijf Pure Energie grote zonneparken, zonnepanelen op bedrijfsgebouwen en verkoopt zonnepanelen aan particulieren.

 

Bovendien vullen zon en wind elkaar juist goed aan. In de zomer schijnt de zon harder en waait het vaak zachter. Dan wekken zonnepanelen veel op. In de winter waait het harder en schijnt de zon minder. Dan wekken windmolens juist veel op. Door wind en zon te combineren, ontstaat er zo ook meer stabiliteit op het elektriciteitsnet.

Waar vind ik algemene informatie over windenergie?

Een korte filmpje van Natuur & Milieu waarin antwoord wordt gegeven op tien vragen over windmolens. Dat zijn vragen zoals hoeveel zonnepanelen er nodig zijn om evenveel te produceren als een windmolen.
Natuur & Milieu beantwoordt op de eigen website ook veel vragen over windmolens. Klik daarvoor hier.
De Nederlandse overheid heeft een website gemaakt met veel informatie over windmolens op land. Klik daarvoor hier.

 

Factcheckers en 'mythes' over windmolens

Onafhankelijk medium De Correspondent heeft factcheckers over windmolens gemaakt:

Over gezondheid van omwonenden.
Over toerisme en windmolens.
Helpen windmolens het klimaat?
Over de subsidie van windmolens.

 

De website www.wattisduurzaam.nl heeft een factcheck over duurzame energie gemaakt. Klik daarvoor hier.
Natuur & Milieu gaat in op 'mythes' over duurzame energie. Klik daarvoor hier.
Greenpeace heeft een aantal redenen waarom deze organisatie positief staat tegenover windmolens. Klik daarvoor hier.

 

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staat ook meer informatie over onder meer de regels die gelden voor windmolens met betrekking tot onder andere geluid, slagschaduw en veiligheid.

 

De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) behartigt de belangen van windenergie. In de NWEA werken alle organisaties en bedrijven die in Nederland actief zijn op het gebied van windenergie samen.

Over windmolens

Waarom bouwen we windmolens op land als het op zee zonder subsidie kan?

Ondanks de succesvolle ontwikkelingen van windmolens op zee zijn er ook windmolens op land nodig. Anders wekken we als land niet genoeg duurzame energie op. Verder zijn er ook veel zonnepanelen nodig (op daken en op velden), aardwarmte, energiebesparing, biomassa en wellicht nog wel meer duurzame bronnen en technieken. Het plaatsen van windmolens op zee is in de afgelopen jaren flink goedkoper geworden, maar dat heeft daar geen invloed op. Ook in het landelijke Klimaatakkoord dat ervoor moet zorgen dat Nederland in 2030 49 procent minder CO2-uitstoot, is uitgesproken dat er naast windmolens op zee ook veel windmolens én zonnepanelen op land nodig zijn.

 

Ook subsidie voor windmolens op zee
Daarnaast klopt het niet dat windmolens op zee geen subsidie krijgen, zoals regelmatig wordt gesteld. Deze krijgen ook subsidie, maar dan in een andere vorm.

 

Bij windmolens op zee stelt de overheid het gebied waar de molens komen ter beschikking. De overheid laat ook alle voorbereidingen op eigen kosten uitvoeren. Dat zijn bijvoorbeeld alle onderzoeken die moeten worden gedaan, de (gerechtelijke) procedures die nodig zijn voor de vergunningen en het contact met betrokkenen uit de omgeving. Ook de netaansluiting – de kabel waarmee de stroom van de windmolens op het elektriciteitsnet komt – wordt verzorgd en betaald door de Nederlandse overheid en daarmee dus door de belastingbetaler. Dit is bijvoorbeeld in september 2018 bevestigd door de Algemene Rekenkamer: ook windmolens op zee krijgen subsidie, tot en met 2023 is daar 4 miljard euro voor gereserveerd. Lees meer hierover in het nieuwsbericht en achterliggende rapport van de Algemene Rekenkamer.

 

Bij windmolens op land komen al deze voorbereidingen en kosten voor rekening van de initiatiefnemers van de windmolens. Bij het maken van een plan voor windmolens is dit een grote kostenpost en ook het meest risicovol. Stel dat alle voorbereidingen worden getroffen, maar het plan uiteindelijk toch niet mag worden uitgevoerd? Dan zijn de initiatiefnemers al het geld dat ze erin hebben gestoken kwijt.

Bij wind op zee neemt de overheid dat risico en die kosten over van de bedrijven die de windmolens willen bouwen. Daardoor kunnen die bedrijven goedkoper windmolens bouwen. Daarom zeggen nu sommige bedrijven dat ze in de exploitatie – dus als de windmolens er staan en stroom opwekken – geen subsidie meer nodig hebben. Maar dat kan dus alleen omdat deze windmolens op zee in het voortraject in een andere vorm subsidie hebben ontvangen.

 

Verder kost het ongeveer evenveel om met een windmolen op land een kilowattuur groene stroom op te wekken als met een windmolen op zee. Al jaren daalt de kostprijs van elektriciteit die wordt opgewekt door windmolens op land. Daardoor daalt ook de subsidie die deze windmolens krijgen hard. Windmolens op land zijn en blijven één van de meest kostenefficiënte vormen van duurzame energie. De verwachting is zelfs dat wind op land op relatief korte termijn (in 2025) zonder subsidie kan, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

Hoe zit het met de subsidie op windmolens?

Stroom opwekken met windmolens is vooralsnog duurder dan met bijvoorbeeld een kolencentrale. Om de productie van duurzame elektriciteit te stimuleren, verstrekt de Nederlandse overheid subsidie aan exploitanten van windmolens. Deze SDE++-subsidie vergoedt het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de opbrengst van grijze energie uit kolen- en gascentrales. Zo kunnen windmoleneigenaren hun gemaakte kosten terugverdienen, maar tegelijkertijd hun stroom met een concurrerende prijs aanbieden aan consumenten. De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar toegekend.

 

Hoofddoel SDE++: veel duurzame energie tegen zo laag mogelijke kosten
De inzet van de overheid is dat de SDE++ het exploiteren van de meest rendabele technologie mogelijk maakt. Omdat de ontwikkelingen hierin snel gaan, daalt de SDE++ vrijwel jaarlijks flink. De subsidie die exploitanten van windmolens per kilowattuur (kWh) krijgen, wordt dus steeds minder. Om te zorgen dat de windmolens rendabel zijn, moet de kostprijs van een kWh geproduceerd door een windmolen omlaag. Daarvoor zijn grotere windmolens nodig die efficiënter produceren. Een grotere windmolen is weliswaar duurder in aanschaf, maar doordat deze veel meer stroom produceert, zijn de kosten per kWh veel lager. Als de wieken twee keer zolang worden, wekt een windmolen vier keer zoveel op. Op grotere hoogte waait het bovendien harder, daardoor produceert een hogere windmolen ook meer elektriciteit. De kosten kunnen dan over veel meer kWh's worden uitgesmeerd. Daardoor kunnen de windmolens financieel uit met minder subsidie per kWh. En tegelijkertijd zijn kleinere windmolens met een hogere kostprijs per kWh dus niet meer mogelijk.

 

De hoeveelheid subsidie per kWh is de afgelopen jaren met tientallen procenten gedaald. Alleen de modernste windmolens met grote afmetingen zijn nog rendabel. Op verschillende plekken in het land zijn inmiddels windmolens gebouwd met tiphoogtes van ruim 200 meter. Dat is ‘het nieuwe normaal’ als het gaat om windmolens. Alleen deze afmetingen zijn nog rendabel.

 

Overigens zijn windmolens één van de goedkoopste vormen van duurzame energie. Voor grote velden met zonnepanelen is bijvoorbeeld meer subsidie nodig om de kosten te dekken. Uit berekeningen blijkt dat dit verschil nog jaren zal blijven bestaan. Uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA blijkt dat windmolens op land in 2025 zonder subsidie kunnen. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

 

Te weinig wind? Dan ook geen subsidie
De SDE++-subsidie wordt pas achteraf uitgekeerd, over de elektriciteit die de windmolen daadwerkelijk heeft opgewekt. Als er te weinig wind is, wekt de windmolen niks op en wordt er dus ook geen SDE++-subsidie uitgekeerd. Bovendien wordt de subsidie verrekend met de elektriciteitsprijs: als de elektriciteitsprijs hoger is, krijgen exploitanten van windmolens minder subsidie per opgewekte kilowattuur (kWh). De verwachting is dat de SDE++-subsidie de komende jaren verder daalt en waarschijnlijk zelfs verdwijnt. Ook is een verwachting dat de elektriciteitsprijs stijgt, al blijft dat lastig te voorspellen. Indien dat gebeurt, is er dus nog minder subsidie nodig.

 

Voordat een windmolen wordt geplaatst, wordt goed in beeld gebracht wat het windaanbod is op die locatie, vaak met windmetingen. Aan de hand van deze meting is de te verwachten opbrengst van de windmolen goed te berekenen. Als daaruit blijkt dat het hier niet hard genoeg waait, zal geen bank of andere financier deze windmolen financieren en komt er dus geen windmolen. De subsidie die pas achteraf wordt uitgekeerd, verandert daar niets aan.

 

Als bedrijven die stroom maken uit kolen en gas ook zouden opdraaien voor de schade die hun CO2- uitstoot veroorzaakt, zou windenergie de goedkoopste vorm van elektriciteit zijn. De CO2-uitstoot van kolen en gas zorgt namelijk voor klimaatverandering. Het kost miljarden om Nederland aan te passen aan onder andere de hogere zeespiegel en hardere regenbuien als gevolg van klimaatverandering. Ook zorgt verbranding van kolen en gas voor luchtverontreiniging en daardoor voor gezondheidsklachten. Deze maatschappelijke kosten neemt de samenleving als geheel nu voor haar rekening en niet de energiebedrijven die deze schade veroorzaken.

Wat is het effect van een windmolen op de gezondheid van omwonenden?

Er is geen direct verband tussen windmolens en een verslechterende gezondheid van omwonenden. Windmolens maken mensen niet ziek. Daar is veel onderzoek naar gedaan. De regels en normen voor windmolens zijn ingesteld om omwonenden te beschermen.

Wel kan het geluid van windmolens hinderlijk zijn voor omwonenden. Dat geldt voor alle vormen van geluid, bijvoorbeeld ook het geluid afkomstig van wegen en bedrijventerreinen. Als geluid erg hinderlijk wordt, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat ongezond. Daarom zijn er strenge normen voor windmolens ingesteld die omwonenden beschermen tegen te veel hinder, zodat hun gezondheid wordt beschermd. Dit gebeurt volgens dezelfde systematiek waarmee omwonenden worden beschermd tegen geluidshinder van bijvoorbeeld een drukke weg. Hierin wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid.

 

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de mate waarin een omwonende hinder ervaart niet alleen wordt veroorzaakt door het aantal decibellen dat die persoon hoort. Zowel het RIVM, de GGD als de Wereldgezondheidsorganisatie concludeert dat omwonenden minder hinder ervaren als zij goed worden betrokken bij de planvorming voor de windmolens en/of als zij er financieel voordeel van hebben. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat nogmaals bevestigd. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dat ook nader toegelicht.

Lees meer over het geluid van windmolens en de gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden in dit artikel.

 

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dat ook nader toegelicht.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. U kunt deze notitie hier lezen.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ook in dit artikel staat meer informatie over geluid en de geluidsnormen.

Komen er knipperende lampen op de windmolen?

Bij windmolens met een tiphoogte van 150 meter of hoger, is het verplicht om er lampen op te plaatsen. Maar deze rode lampen zullen 's avonds en 's nachts niet knipperen. 

 

De lampen zijn verplicht vanwege de luchtvaartveiligheid. Windmolens zijn hoog en om zeker te weten dat piloten de windmolens ook in het donker kunnen zien, moeten er lampen op worden bevestigd. Vroeger moesten deze lampen 's avonds en 's nachts knipperen, maar dat hoeft inmiddels niet meer. Doordat omwonenden aangaven de knipperende lampen hinderlijk te vinden, is er gezocht naar minder hinderlijke obstakelverlichting, zoals de lampen formeel heten. Dat heeft ervoor gezorgd dat de lampen niet meer knipperen, maar vastbrandend mogen zijn.

 

Bij windmolens van een tiphoogte van 150 meter of hoger, komen er altijd lampen op de gondel (het ‘huisje’ bovenop de mast van de windmolen). Bij windmolens met een tiphoogte van hoger dan 150 meter moeten ook halverwege de mast lampen komen. Bij windmolens met een tiphoogte van 210 meter of hoger moeten er volgens de regels ook op 1/3 en 2/3 hoogte van de mast lampen komen. Deze lampen op de mast branden wel veel minder fel dan de lampen op de gondel.

 

Verder mogen de lampen bij helder weer worden gedimd. Hoe helderder het weer, hoe verder de lampen mogen worden gedimd. Als het weer helder genoeg is, mogen de lampen tot 10 procent van hun gebruikelijke sterkte worden gedimd (dus een reductie van 90 procent van de lichtsterkte). 
Daarnaast mag worden geprobeerd de lampen vanaf de grond minder goed zichtbaar te maken, mits de verlichting voor vliegtuigen wel goed zichtbaar blijft.

 

De zoektocht naar obstakelverlichting die nog minder hinder veroorzaakt, gaat intussen volop door. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar lampen die in beginsel uit staan en pas aangaan als er een vliegtuig in de buurt is. Een radartechniek die dit mogelijk maakt, is inmiddels toegestaan. Wel zitten hier nog de nodige haken en ogen aan, met name op het gebied van techniek en kosten. Daardoor kan deze techniek naar alle waarschijnlijkheid niet bij alle windmolens in Nederland worden toegepast. Er wordt mede daardoor nog steeds gezocht naar andere technieken die hetzelfde effect kunnen hebben, maar beter toepasbaar zijn.

Meer informatie over obstakelverlichting leest u op de website van de Rijksoverheid.

Worden huizen minder waard door een windmolen?

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe naar is gedaan, blijkt dit mee te vallen. Woningen worden hooguit een paar procent minder waard. Ook is uit onderzoek gebleken dat dit effect tijdelijk kan zijn, dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt.

De waarde van een huis hangt van veel factoren af. Dat zegt onder meer de NVM, vereniging van makelaars. Bij de taxatie van een woning hangt de uitkomst af van de staat van onderhoud, grootte van het huis en perceel, de indeling, constructie, de gebruikte materialen, hoe energiezuinig het is, het bestemmingsplan, grondrechten, de marktsituatie op dat moment en inderdaad ook de ligging en omgeving van het huis.

Uiteraard kan een windmolen invloed hebben. Net zoals wegen, bedrijven of een buurman die een extra schuur bouwt. Bovendien is de kans groot dat over een paar jaar veel mensen relatief in de buurt van een windmolen wonen. Dat is het gevolg van de broodnodige omschakeling naar schone energie uit onder meer windmolens. Er ontstaat een nieuwe realiteit en ook dat weegt mee in uiteindelijke bepaling van de woningwaarde.

Zijn er verhalen bekend over wat omwonenden vinden van windmolens in hun omgeving?

Regionale kranten De Gelderlander en de Stentor hebben omwonenden van windmolens gevraagd hoe het is om in de buurt van windmolens te wonen. Lees hier het artikel in De Gelderlander en hier het artikel in de Stentor. Uit deze artikelen blijkt dat deze omwonenden eigenlijk zonder problemen bij deze windmolens wonen.

 

Verder is aan omwonenden en bedrijven rond twee windmolens in Deventer gevraagd hoe zij deze windmolens beleven. Meer daarover leest u hier en hier.

 

Duurzaam energiebedrijf Pure Energie heeft aan Nanette Hagens, omwonende van de windmolen in 's-Hertogenbosch, gevraagd hoe het is om in de buurt van die windmolen te wonen. Lees hier het interview met haar of klik hier voor de video van het interview.

 

Sinds mei 2015 staan in Ede twee windmolens aan de westzijde van de A30, ter hoogte van bedrijventerrein A12. In september 2015 is een peiling uitgevoerd onder het Inwonerspanel van de gemeente Ede om de mening van bewoners over windmolens in Ede in beeld te brengen. Klik hier om de resultaten daarvan te lezen.

 

De meeste inwoners hebben weinig last van de windmolens, blijkt uit de peiling van de gemeente Ede. Het overgrote deel (87 procent) ervaart geen overlast. Met overlast bedoelen inwoners vooral landschapsvervuiling; geluidsoverlast komt sporadisch (1x) voor. Van de inwoners die weten dat er windmolens zijn, geeft 83 procent aan ze niet te zien of te horen. Twee inwoners geven aan dat zij de windmolens kunnen zien en horen en 16 procent geeft aan de windmolens te kunnen zien.

 

Ook Natuur & Milieu heeft omwonenden van windmolens gesproken. Lees hier de artikelen daarover.

 

Uit onderzoek van het CBS (oktober 2018) blijkt dat bijna 70 procent van de Nederlanders er geen moeite mee heeft of er neutraal tegenover staan als er windmolens in hun woonomgeving komen. Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

Hebben dieren last van een windmolen?

De sterfte van vogels door windmolens is zeer gering vergeleken met andere doodsoorzaken (katten, verkeer, ramen, landbouw, jacht, hoogspanningsleidingen). Toch kunnen vogels sterven door windmolens, net als bijvoorbeeld vleermuizen. Daarom is bij elk initiatief voor windmolens goed onderzoek nodig. Daarbij wordt met name gekeken hoeveel extra sterfte van dieren er te verwachten is, of dit gevolgen heeft voor de instandhouding van de populatie en of er maatregelen nodig of mogelijk zijn.

Hoe werkt een windmolen en hoe wordt deze gebouwd?

Meer over hoe een windmolen werkt, wordt eenvoudig uitgelegd in dit filmpje

Hoe wordt een windmolen gebouwd? Klik hier om daarover een filmpje te zien.

Is groene stroom wel echt groen?

In het tv-programma 'Zondag met Lubach' van 4 februari 2018 is aandacht besteed aan groene stroom. Hieruit blijkt dat veel Nederlanders op papier thuis groene stroom hebben, maar dat in de praktijk dit vaak toch niet zo is. Ook laat het zien dat er nog veel meer duurzame energie moet worden opgewekt in Nederland om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Klik hier om het filmpje te bekijken.

De Consumentenbond, Greenpeace, WISE en Natuur & Milieu onderzoeken ook elk jaar hoe duurzaam de Nederlandse energieleveranciers zijn: welke energiemaatschappij levert echt groene stroom en welke niet? Lees daar meer over op de website van de Consumentenbond. Hier is ook het recentste onderzoeksrapport naar de Nederlandse energieleveranciers te vinden.

Draaien windmolens altijd?

Ja, in principe wel. Maar een windmolen staat ook wel eens stil. Bijvoorbeeld voor onderhoud of als het niet waait. Dit laatste komt beperkt voor. Moderne windmolens hebben erg weinig wind nodig om toch te draaien en elektriciteit op te wekken. Ook bij hele harde wind (windkracht 9-10) kan een molen uit veiligheidsoverwegingen worden uitgezet, maar dit komt ook zelden voor. Daarnaast wordt een molen ook wel eens stilgezet om slagschaduw op nabijgelegen woningen te voorkomen (bij een bepaalde stand van de zon).